rijk/ministeriele-regeling/regeling-subsidiëring-versnellingsprogramma-informatie-uitwisseling-patiënt-en-p/BWBR0042339/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

22 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Regeling subsidiëring versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect BWBR0042339 ministeriele-regeling geldend 2024-10-03 https://wetten.overheid.nl/BWBR0042339 Regeling subsidiëring versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect

Regeling subsidiëring versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • basisgegevensset Zorg (BGZ): de minimale set van patiëntgegevens, gedefinieerd met behulp van zorginformatiebouwstenen, die specialisme-, ziektebeeld- en beroepsgroep overstijgend relevant is en van belang voor de continuïteit van zorg;

  • derde tranche; regio Amsterdam, Amstelland en Almere, bestaande uit zeven VSVs en regio Noord-Nederland, bestaande uit drie VSVs, die subsidie hebben aangevraagd en verleend hebben gekregen in de periode van 1 november 2020 tot en met 31 december 2020;

  • dienstverlener zorgaanbieder: levert diensten aan een zorgaanbieder gerelateerd aan de uitwisseling tussen zorggebruiker en zorgaanbieder en committeert zich hiervoor aan de naleving van de afspraken van het MedMij Afsprakenstelsel;

  • eerste tranche: regio Rotterdam-Rijnmond, bestaande uit zes VSVs en regio Noord-Holland Noord, bestaande uit vijf VSVs, die subsidie hebben aangevraagd en verleend hebben gekregen in de periode van 1 juli 2019 tot en met 30 september 2019;

  • geboortezorgketen: alle zorgverleners en zorgverlenende instanties die betrokken zijn bij de zorg vanaf het moment van preconceptieconsult tot en met 8 weken post partum en overdracht naar de jeugdgezondheidszorg;

  • gebruikersgroepen: vier verschillende overlegstructuren van zorggebruikers, zorgverleners, zorgorganisaties en statistiek en wetenschap, opgezet en ondersteund door het programmabureau Babyconnect, waarin de kaders ten aanzien van digitale informatie-uitwisseling worden vormgegeven;

  • gegevensdienst: een gestandaardiseerde dienst voor gegevensuitwisseling met waarde voor de gebruiker, zowel zorggebruiker als zorgverlener, die door een dienstverlener kan worden aangeboden over het MedMij-netwerk;

  • informatiestandaarden: landelijk vastgestelde regels die bestaan uit een functioneel deel waarin wordt beschreven welke processen van welke partijen ondersteund worden en één of meerdere technische delen waarin gespecificeerd wordt wat in techniek hiervoor nodig is;

  • integrale geboortezorg organisatie (IGO): een integraal geboortezorgmodel zonder scheiding tussen eerste- en tweedelijns zorg georganiseerd in een juridische entiteit met gezamenlijke verantwoordelijkheid en bekostigd met integrale tarieven;

  • MedMij: een afsprakenstelsel voor het veilig en betrouwbaar uitwisselen van gezondheidsgegevens tussen zorggebruikers en zorgverleners, dat eisen stelt aan persoonlijke gezondheidsomgevingen en ICT-systemen van zorgaanbieders voordat zij via het stelsel informatie kunnen uitwisselen;

  • minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  • penvoerder regionaal partnerschap: de ROS, RSO of gezamenlijke organisatie die de juridische bevoegdheid heeft van VSVs binnen het regionale partnerschap die optreedt als aanvrager van de subsidie;

  • persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO): een hulpmiddel voor de zorggebruiker om relevante gezondheidsinformatie te verzamelen, te beheren en te delen via gestandaardiseerde gegevensverzamelingen voor gezondheidsinformatie en geïntegreerde digitale zorgdiensten;

  • programmabureau Babyconnect: bureau gevoerd door de Stichting CareCodex die het programma Babyconnect landelijk uitvoert, zich bezighoudt met de verschillende randvoorwaarden en regionale partnerschappen ondersteunt bij het uitvoeren van hun activiteiten;

  • PWD standaard: de informatiestandaard voor de geboortezorgketen waarin is vastgelegd hoe de digitale informatie-uitwisseling bij (acute) overdrachtsmomenten snel, betrouwbaar en locatie onafhankelijk kan plaatsvinden; a. regionaal partnerschap: een samenwerkingsverband

        a.
        dat bestaat uit minimaal drie VSVs of IGOs, tenzij door uitzonderlijke geografische omstandigheden slechts twee VSVs in de regio beschikbaar zijn; en
    
    
        b.
        waar bij voorkeur de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) of andere aanbieders van jeugdgezondheidszorg betrokken zijn;
    

a. a. dat bestaat uit minimaal drie VSVs of IGOs, tenzij door uitzonderlijke geografische omstandigheden slechts twee VSVs in de regio beschikbaar zijn; en b. b. waar bij voorkeur de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD) of andere aanbieders van jeugdgezondheidszorg betrokken zijn;

  • regionale ondersteuningsstructuur (ROS): een regionale ondersteuning die valt onder de beleidsregel regionale ondersteuning eerstelijnszorg en kwaliteitsontwikkeling ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa);

  • regionale samenwerkingsorganisatie (RSO): op regionaal niveau georganiseerde samenwerking op het vlak van ICT tussen zorgverlenende instanties op het gebied van infrastructuur, aansluiting van applicaties op het veilig netwerk, netwerkbeheer;

  • verloskundig samenwerkingsverband (VSV): lokale vorm van overleg en samenwerking georganiseerd rondom een ziekenhuis waar verloskundige zorg wordt verleend, waarbinnen in ieder geval tweede- of derdelijns verloskundige zorg, eerstelijns verloskundige zorg en kraamzorg samenwerken en in sommige gevallen ook aanbieders van jeugdgezondheidszorg; a. zorggebruiker:

        a.
        een verzekerde als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet;
    
    
        b.
        een persoon die uit hoofde van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, recht heeft op zorg of andere diensten in de zin van de Zorgverzekeringswet.
    

a. a. een verzekerde als bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van de Zorgverzekeringswet; b. b. een persoon die uit hoofde van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel toepassing van zodanige verordening krachtens een overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid waarbij Nederland partij is, recht heeft op zorg of andere diensten in de zin van de Zorgverzekeringswet.

  • zorg informatiebouwsteen (Zib): een herbruikbaar blokje informatie dat in verschillende informatiestandaarden gebruikt kan worden en dat nauwkeurig beschrijft wat er over een bepaald item van het zorgproces van de zorggebruiker moet worden vastgelegd;
  • zorginformatiesysteem: het systeem waar de zorgverlener in werkt en zijn dossiers bij houdt over de zorggebruiker;
  • zorgverlener: alle zorgprofessionals in de geboortezorgketen die in het primaire proces zorg verlenen aan zorggebruikers.

Artikel 1a

Op subsidies verstrekt op grond van deze regeling is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS van toepassing, met uitzondering van artikel 4.3, tweede lid.

Artikel 2

De minister kan subsidie verstrekken aan de penvoerder van een regionaal partnerschap voor de periode van 1 juli 2019 tot en met 31 december 2025 voor het verrichten van activiteiten ter bevordering van de digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen in Nederland.

Artikel 3

1.

De activiteiten, bedoeld in artikel 2, bestaan uit:

a. a. het implementeren van aanpassingen tussen en aan zorginformatiesystemen die resulteren in zowel regionaal als landelijke digitale informatie-uitwisseling in de geboortezorgketen en het uitwisselen van deze gegevens met de zorggebruiker, en voldoen aan de eisen, genoemd in bijlage 1; b. b. het coördineren van de implementatie, bedoeld onder a, van de aanpassingen voor het regionaal partnerschap; c. c. het mogelijk maken dat zorggebruikers de informatie uit alle zorginformatiesystemen uit de geboortezorgketen kunnen ontsluiten richting hun PGO, conform het MedMij-afsprakenstelsel; d. d. het informeren van zorggebruikers over de mogelijkheid om digitaal toegang tot de eigen gegevens te krijgen; e. e. het organiseren van inspraak, zodat de belangen van de zorggebruiker worden vertegenwoordigd.

2.

De kosten van de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn uitsluitend subsidiabel voor zover:

a. a. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn uitgevoerd en de eisen, genoemd in bijlage 1, zijn behaald; b. b. de activiteiten resulteren in een werkwijze die de zorggebruiker informeert over de mogelijkheid tot digitale inzage in de eigen gegevens; c. c. het aangepaste netwerk van zorginformatiesystemen is opgeleverd en beschikbaar is voor de gehele geboortezorgketen.

3.

Geen subsidie wordt verstrekt voor activiteiten waarvoor reeds subsidie wordt ontvangen door het regionaal partnerschap op basis van:

1° 1° het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 1; 2° 2° het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 2; 3° 3° het Besluit vaststelling beleidskader subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional fase 3; 4° 4° de Beleidsregels subsidiëring Versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional OPEN.

4. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, zijn aangewezen als diensten van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 107, eerste lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Artikel 4

1.

Het subsidiebedrag per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO bestaat uit:

a. a. de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste € 120.000; en b. b. de werkelijke implementatie- en licentiekosten van hard- en software, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, tot ten hoogste:

        1°.
        € 87.299 per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, en
      
      
        2°.
        € 19 per geboorte binnen een bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, met peiljaar 2020.

1°. 1°. € 87.299 per bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, en 2°. 2°. € 19 per geboorte binnen een bij het regionaal partnerschap aangesloten VSV of IGO, met peiljaar 2020.

2. De minister kan op verzoek van de penvoerder van een regionaal partnerschap uit de eerste of derde tranche, in aanvulling op de subsidie bedoeld in het eerste lid, onder a, subsidie verstrekken voor de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, die zijn ontstaan door vertraging in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 1 juli 2022 tot ten hoogste € 30.000 per aangesloten VSV of IGO.

3. De subsidie is een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onder d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

Artikel 4a

1. Het subsidieplafond voor de kosten bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, bedraagt € 6.088.722.

2. Indien het totaal aangevraagde bedrag het subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare bedrag evenredig verdeeld over de ontvangen aanvragen die aan de voorwaarden voldoen.

Artikel 5

1. De penvoerder van een regionaal partnerschap ziet erop toe dat een VSV of IGO uitsluitend aan zijn regionaal partnerschap deelneemt.

2. Een regionaal partnerschap werkt gedurende de subsidieperiode actief samen.

3. Een regionaal partnerschap dat gedurende de subsidieperiode niet langer voldoet aan het eerste of het tweede lid, doet van dat feit onverwijld melding aan de minister en aan het programmabureau Babyconnect.

4.

Een VSV of IGO uit een regionaal partnerschap kan gedurende de subsidieperiode besluiten de samenwerking beëindigen indien het gebaat blijkt bij samenwerking met een ander regionaal partnerschap, mits:

a. a. het VSV of IGO hiervan voorafgaand melding heeft gedaan aan de minister; en b. b. er ten minste drie VSVs of IGOs in het regionaal partnerschap resteren.

5. Indien een VSV of IGO dat nog niet deelneemt aan een regionaal partnerschap wenst deel te nemen aan een bestaand regionaal partnerschap, doet dat regionaal partnerschap van dat feit melding aan de minister op uiterlijk 31 maart 2023.

Artikel 6

Een regionaal partnerschap:

a. a. levert informatie aan de hand van de checklist, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder c, door middel van het door het programmabureau Babyconnect beschikbaar te stellen format, en data voor de tussentijdse voortgangsmetingen aan het programmabureau Babyconnect; b. b. deelt haar kennis met andere regionale partnerschappen en het programmabureau Babyconnect; c. c. neemt deel aan de voorlichtings- en bijscholingsactiviteiten georganiseerd door het programmabureau Babyconnect; d. d. zorgt voor vertegenwoordiging van zowel zorggebruikers, zorgverleners als vertegenwoordigers van zorgorganisaties naar de gebruikersgroepen en testpanels; e. e. draagt zorg voor het borgen van de samenwerking en de continuïteit in haar samenwerkingsverband, ook na afloop van de subsidieperiode.

Artikel 7

1.

Een aanvraag tot verlening van een subsidie wordt ontvangen in de periode van:

a. a. 1 juli 2019 tot en met 30 september 2019; b. b. 1 februari 2020 tot en met 31 maart 2020; c. c. 1 november 2020 tot en met 31 december 2020; d. d. 1 februari 2021 tot en met 28 februari 2021; e. e. 1 juni 2021 tot en met 30 juni 2021.

2. Een aanvraag tot herziening van de subsidieverlening in verband met de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, waarvoor de middelen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, of de aanvullende middelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, beschikbaar zijn, wordt ingediend in de periode van 1 juli 2022 tot en met 30 september 2022.

3. Voor een aanvraag tot verlening en een aanvraag tot herziening van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

4.

In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS gaat de aanvraag tot verlening van een subsidie vergezeld van:

a. a. een bewijs van deelname van het regionaal partnerschap aan het programma Babyconnect; b. b. een ondertekende samenwerkingsovereenkomsten met de andere organisaties die deelnemen aan het regionaal partnerschap; c. c. de ingevulde checklist waaruit blijkt wat de aard en de omvang van de veranderopgave is van het regionaal partnerschap; d. d. een ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 3, vierde lid.

Artikel 8

1. De penvoerder van een regionaal partnerschap brengt eens per 12 maanden inhoudelijk en financieel verslag uit over de voortgang van haar activiteiten aan de minister en gaat daarbij in op de voortgang van de vier uitkomstdoelen, genoemd in bijlage 1, het gebruikerspercentage van de mogelijkheid tot digitale inzage onder zorggebruikers en de wijze waarop voldaan wordt aan de subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 6.

2. In het verslag, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens ingegaan op de stand van zaken met betrekking tot de aangegane verplichtingen rondom de implementatie- en licentiekosten van hard- en software die samenhangen met de uitvoer van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid.

Artikel 9

De minister verleent bij het besluit tot subsidieverlening een voorschot van 100% van het subsidiebedrag. De voorschotten worden gelijkmatig betaald over het aantal maanden waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 10

1. Voor de aanvraag tot vaststelling van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt. Het ingevulde formulier wordt door de penvoerder van een regionaal partnerschap afgestemd met het programmabureau Babyconnect.

2.

In aanvulling op artikel 7.8, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS legt de penvoerder ook rekening en verantwoording af aan de hand van:

a. a. documenten geverifieerd door het programmabureau Babyconnect, in samenwerking met de gebruikersgroepen, waaruit blijkt dat het regionaal partnerschap ten aanzien van ten minste 70% van zijn deelnemende zorgorganisaties voldoet aan de eisen, genoemd in bijlage 1. b. b. een document waaruit blijkt dat tenminste 70% van de aangesloten zorgorganisaties zijn opgenomen in het zorgaanbiederadresboek van MedMij of dan geldend MedMij register, zodat zorggebruikers de praktijken in hun PGO kunnen vinden en selecteren voor digitale informatie-uitwisseling.

Artikel 11

1. Indien de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b tot en met e, waarvoor subsidie is verleend geheel zijn verricht en volledig is voldaan aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de verleende subsidie, wordt die subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage, of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

2. Indien de uitkomstdoelen, genoemd in bijlage 1, ten aanzien van ten minste 70% van de zorgorganisaties zijn behaald en de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, waarvoor subsidie is verleend geheel zijn verricht, wordt die subsidie vastgesteld op het bedrag dat bestaat uit de gerealiseerde kosten verminderd met de gerealiseerde bijdragen van derden en de begrote eigen bijdrage, of de gerealiseerde eigen bijdrage indien deze hoger is dan de begrote eigen bijdrage, tot ten hoogste het in de verleningsbeschikking genoemde bedrag.

3.

Indien een regionaal partnerschap de uitkomstdoelen, genoemd in bijlage 1, ten aanzien van minder dan 70% van zijn zorgorganisaties heeft behaald, kan de subsidie lager worden vastgesteld. Op het bedrag van de subsidie voor de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, kan als volgt een bedrag in mindering worden gebracht:

mate van realisatie uitkomstdoel 1 uitkomstdoel 2 uitkomstdoel 3 uitkomstdoel 4
≥ 68% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
≥ 60% < 68% 2,5% 10,0% 10,0% 2,5%
≥ 55% < 60% 5,0% 20,0% 20,0% 5,0%
≥ 50% < 55% 7,5% 30,0% 30,0% 7,5%
< 50% 10,0% 40,0% 40,0% 10,0%

4. Bij het besluit tot vaststelling van de subsidie betaalt de minister het deel van het vastgestelde subsidiebedrag dat resteert in een keer.

Artikel 12

1. Een subsidieaanvrager die in 2022 een herziening heeft aangevraagd als bedoeld in artikel 7, tweede lid, kan in 2023 opnieuw een aanvraag tot herziening van de subsidieverlening indienen.

2. De subsidie bedraagt ten hoogste de werkelijke implementatie- en licentiekosten van hard- en software, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid.

3. Voor de verlening van subsidie op grond van dit artikel geldt een subsidieplafond van € 1.294.161,.

4. Indien het totaal aangevraagde bedrag het subsidieplafond overschrijdt, wordt het beschikbare bedrag evenredig over de ontvangen aanvragen tot herziening verdeeld.

5. Een aanvraag tot herziening wordt ingediend in de periode van 1 augustus 2023 tot en met 30 september 2023.

Artikel 12a

1. De penvoerder van een regionaal partnerschap kan in 2024 een aanvraag tot herziening van de subsidieverlening indienen voor activiteiten die plaatsvinden in 2024 of 2025.

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

a. a. de werkelijke kosten van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, sub a; b. b. de werkelijke implementatie- en licentiekosten van hard- en software, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid.

3.

Voor zover de aanvraag tot herziening op grond van dit artikel betrekking heeft op de kosten bedoeld in het tweede lid, onder b:

1° 1° wordt deze enkel verleend voor activiteiten die plaatsvinden in het jaar 2025; 2° 2° gelden de in artikel 4, eerste lid, onder b, onderdelen 1° en 2°, genoemde bedragen niet.

4. Voor de herziening van de subsidie op grond van dit artikel geldt voor de kosten bedoeld in het tweede lid, onder b, een subsidieplafond van € 3.500.000.

5. Indien het totaal aangevraagde bedrag het subsidieplafond bedoeld in het vierde lid overschrijdt, wordt het beschikbare bedrag evenredig over de ontvangen aanvragen tot herziening die aan de voorwaarden voldoen verdeeld.

6. Een aanvraag tot herziening wordt ingediend voor 14 november 2024.

Artikel 12b

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 13

1. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2029.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling subsidiëring versnellingsprogramma Informatie-uitwisseling Patiënt en Professional Babyconnect.

Bijlage 1. Eisen te stellen aan een regionaal partnerschap, behorende bij

Een regionaal partnerschap en haar leden, moet voldoen aan: