40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
9.4 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Subsidieregeling LSP | BWBR0024579 | ministeriele-regeling | geldend | 2008-10-11 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0024579 | Subsidieregeling LSP |
Subsidieregeling LSP
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; b. b. zorgaanbieder:
1°.
zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Kwaliteitswet zorginstellingen;
2°.
degene die in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg staat ingeschreven of die een beroep uitoefent waarvan de opleiding krachtens artikel 34, eerste lid, van die wet is geregeld of aangewezen, en die zijn beroep uitoefent anders dan in het kader van een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Kwaliteitswet zorginstellingen;
1°. 1°. zorgaanbieder als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Kwaliteitswet zorginstellingen; 2°. 2°. degene die in een register als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg staat ingeschreven of die een beroep uitoefent waarvan de opleiding krachtens artikel 34, eerste lid, van die wet is geregeld of aangewezen, en die zijn beroep uitoefent anders dan in het kader van een instelling als bedoeld in artikel 1 van de Kwaliteitswet zorginstellingen; c. c. zorginformatiesysteem: elektronisch systeem van een zorgaanbieder voor het verwerken van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van zijn cliënten ten behoeve van de uitwisseling van dergelijke gegevens met andere zorgaanbieders; d. d. landelijk schakelpunt: elektronisch systeem, beheerd door de Stichting Nationaal ICT Instituut in de Zorg, ten behoeve van het door middel van een elektronische landelijke verwijsindex uitwisselen tussen zorgaanbieders van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van hun cliënten met behulp van daartoe ingerichte elektronische voorzieningen; e. e. huisartsendienstenstructuur: zorgaanbieder, genoemd in de bijlage bij deze regeling; f. f. huisartspraktijk: zorgaanbieder, niet zijnde een huisartsendienstenstructuur, die een praktijk in stand houdt waar een of meer huisartsen huisartsenzorg verlenen; g. g. apotheek: zorgaanbieder, niet zijnde een huisartspraktijk, die een of meer vestigingen in stand houdt, waarbij onder vestiging wordt verstaan een lokaal of samenhangend geheel van lokalen waarin geneesmiddelen worden bereid, ter hand worden gesteld en ten behoeve van terhandstelling worden opgeslagen en waarvan het lokaal waar geneesmiddelen ter hand worden gesteld voor het publiek vrij toegankelijk is; h. h. aansluiting: aansluiting van een zorginformatiesysteem op het landelijk schakelpunt.
Artikel 2
1. De Minister kan aan een zorgaanbieder eenmalig een subsidie verstrekken voor het realiseren van een aansluiting en voor het beschikbaar maken van persoonsgegevens betreffende de gezondheid van zijn cliënten ten behoeve van de uitwisseling met andere zorgaanbieders via het landelijk schakelpunt.
2. De subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan een huisartsendienstenstructuur, een huisartspraktijk of een apotheek.
3. De subsidie aan een huisartsendienstenstructuur is tevens bestemd voor activiteiten om te bevorderen dat de huisartspraktijken in het werkgebied van de huisartsendienstenstructuur aansluiting van hun zorginformatiesystemen realiseren.
Artikel 3
De subsidie bedraagt:
a. a. voor een huisartsendienstenstructuur: het in de bijlage bij deze regeling bij de desbetreffende huisartsendienstenstructuur vermelde bedrag; b. b. voor een huisartspraktijk: € 3.000,– vermeerderd met € 1,– voor elke persoon die ten tijde van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 4, als patiënt is ingeschreven bij de huisartspraktijk; c. c. voor een apotheek: € 5.000,– voor elke vestiging van de apotheek die ten tijde van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 4, staat ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van de Geneesmiddelenwet.
Artikel 4
1. De subsidie wordt op aanvraag verleend.
2. Een aanvraag van de subsidie wordt uiterlijk 30 juni 2010 ingediend.
3. De aanvraag van een huisartspraktijk bevat een opgave van het aantal personen dat voor de berekening van de subsidie in aanmerking wordt gebracht.
4. Voor de aanvraag van de subsidie wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.
5. De aanvraag van de subsidie wordt tegelijkertijd ingediend met en gaat vergezeld van de aanvraag van de aansluiting bij Stichting Nationaal ICT Instituut in de Zorg.
6. Bij de aanvraag machtigt de zorgaanbieder de Minister om van de Stichting Nationaal ICT Instituut in de Zorg een opgave te verkrijgen van het aantal aansluitingen dat de zorgaanbieder heeft gerealiseerd.
7. De aanvraag wordt ondertekend door een persoon die blijkens bij de aanvraag te voegen bescheiden bevoegd is de zorgaanbieder te vertegenwoordigen.
8. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. De Minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.
Artikel 5
De aanvraag van de subsidie kan worden afgewezen indien naar het oordeel van de Minister niet kan worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doeleinden zullen worden bereikt.
Artikel 6
De Minister geeft een beschikking op een aanvraag van de subsidie binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 7
Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Binnen zes maanden na de verlening van de subsidie:
a. a. realiseert de huisartsendienstenstructuur de aansluiting van het zorginformatiesysteem van de huisartsendienstenstructuur; b. b. realiseert de huisartspraktijk de aansluiting van het zorginformatiesysteem van de huisartspraktijk; c. c. realiseert de apotheek de aansluitingen van de zorginformatiesystemen van elke vestiging van de apotheek die ten tijde van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 4, staat ingeschreven in het register, bedoeld in artikel 61, vijfde lid, van de Geneesmiddelenwet.
Artikel 10
De zorgaanbieder doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan de Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd.
Artikel 11
De zorgaanbieder werkt mee aan door of namens de Minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het beleid.
Artikel 12
1. Binnen 32 weken na de verlening van de subsidie geeft de Minister ambtshalve een beschikking tot vaststelling van de subsidie.
2. De subsidie wordt vastgesteld op het verleende bedrag indien de zorgaanbieder binnen zes maanden na de verlening van de subsidie blijkens opgave van de Stichting Nationaal ICT Instituut in de Zorg heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 9.
3. De subsidie wordt op nihil vastgesteld indien de zorgaanbieder niet binnen zes maanden na de verlening van de subsidie blijkens opgave van de Stichting Nationaal ICT Instituut in de Zorg heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in artikel 9.
Artikel 13
1. Op verzoek van de Minister toont een huisartspraktijk waaraan een subsidie is verleend, binnen een bij dat verzoek gestelde termijn aan dat ten tijde van de indiening van de aanvraag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, evenveel of meer personen als patiënt stonden ingeschreven bij de huisartspraktijk als het aantal personen dat met de opgave, bedoeld in artikel 4, derde lid, voor de berekening van de subsidie in aanmerking is gebracht.
2. Indien de huisartspraktijk niet voldoet aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, kan de Minister het bedrag van de verleende of vast te stellen subsidie verlagen tot € 3.000.
Artikel 14
Indien een zorgaanbieder de aansluiting heeft gerealiseerd op het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling:
a. a. wordt de subsidie op aanvraag vastgesteld; b. b. zijn de artikelen 4, eerste en vijfde lid, 5, 8, 9 en 12 niet van toepassing en zijn de artikelen 4, tweede, derde, vierde, zesde, zevende en achtste lid, 6 en 7 van overeenkomstige toepassing op de aanvraag van en de beschikking tot de vaststelling van de subsidie.
Artikel 15
De Minister kan indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, artikelen buiten toepassing laten of daarvan afwijken.
Artikel 16
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 2010, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op subsidies die op grond van deze regeling zijn verstrekt.
Artikel 17
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling LSP.