40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
8.4 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Taken en verantwoordelijkheden tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs | BWBR0007474 | ministeriele-regeling | geldend | 1995-07-25 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0007474 | Taken en verantwoordelijkheden tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs |
Taken en verantwoordelijkheden tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Artikel 2
Er is een tijdelijke adviescommissie Algemene Instellingsgebonden Ethische Commissies voor Onderzoek en Onderwijs, nader te noemen: adviescommissie.
Artikel 3
De adviescommissie heeft tot taak de minister te adviseren over:
-
- De voor- en nadelen van mogelijk nieuw in te stellen algemene ethische commissies verbonden aan instellingen.
-
- De relatie van deze algemene ethische commissies met reeds aanwezige of toekomstige sectorspecifieke en landelijke commissies.
-
- De taken van een dergelijke commissie binnen een instelling.
-
- De wijze waarop een dergelijke commissie binnen de organisatiestructuur van een instelling ingepast zou kunnen worden.
-
- De ervaring die in het buitenland met dergelijke commissies is opgedaan.
Artikel 4
De adviescommissie adviseert 6 maanden na de datum van haar instelling aan de minister. Artikel 9 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703) is van toepassing op het advies.
Artikel 5
1. Tot voorzitter, tevens lid van de adviescommissie wordt benoemd:
prof. dr. H. C. van der Plas
2.
Tot leden van de adviescommissie worden benoemd:
- mw. prof. dr. I. D. de Beaufort;
- prof. dr. J. Bennebroek Gravenhorst;
- prof. dr. Tj. de Cock Buning;
- mw. dr. J. van Dijck;
- ir. N. D. van Egmond;
- prof. dr. G. A. Kohnstamm;
- dr. O. Korver;
- dr. H. J. van der Molen;
- prof. dr. ir. R. H. E. M. Smits;
- mw. dr. ir. A. J. van der Zijpp.
3. Het secretariaat van de adviescommissie wordt gevoerd door het Centrum voor Bioethiek en Gezondheidsrecht (CBG) van de Universiteit van Utrecht. Als secretaris wordt vanuit het CBG benoemd: mw. mr. B. M. J. de Kanter-Loven.
Artikel 6
1. De adviescommissie kan bij haar werkzaamheden deskundigen en instanties raadplegen. De adviescommissie kan deskundigen of instanties opdracht verlenen voor het uitvoeren van werkzaamheden die van belang zijn voor het advies, binnen de door de minister daartoe beschikbaar gestelde middelen.
2. De adviescommissie stelt zo spoedig mogelijk na haar instelling een schema van werkzaamheden waarover wordt gerapporteerd aan de minister.
3. De op het door de adviescommissie uitgebrachte advies betrekking hebbende stukken worden ter beschikking van de minister gehouden.
Artikel 7
1. De kosten van de adviescommissie komen voor rekening van de minister, overeenkomstig een door de minister goed te keuren begroting.
2. Ten aanzien van vergoedingen voor reis- en verblijfkosten en van onkosten/vacatiegelden zijn respectievelijk het Reisbesluit Binnenland (Stb. 1993, 144) en het Vacatiegeldenbesluit (Stb. 1988, 205) van toepassing.
Artikel 8
1. Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de adviescommissie geschiedt met inachtneming van de terzake geldende bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
2. Na opheffing van de adviescommissie of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, wordt het archief van de adviescommissie overgedragen aan de onderafdeling Centrale Archiefbewaarplaats van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
Artikel 9
Afschrift van dit besluit zal worden gezonden aan:
I. I. Alle Ministers. II. II. De voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal. III. III.
1.
De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Wetenschapsbeleid (IOW);
2.
De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT);
3.
De voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT);
4.
De voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR);
5.
De voorzitters van de Colleges van Bestuur van de universiteiten, incl. de Landbouw Universiteit Wageningen;
6.
De president van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen (KNAW);
7.
De voorzitter van de Gezondheidsraad (GR);
8.
De voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO);
9.
De voorzitter van het bestuur van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU);
10.
De voorzitter van de Vereniging van Academische Ziekenhuizen (VAZ);
11.
De voorzitter van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO);
12.
De directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM);
13.
De directeur van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO);
14.
De voorzitter van de Overlegcommissie Verkenningen (OCV);
15.
De voorzitters van de Sectorraden;
16.
De voorzitter van de Stuurgroep van het Rathenau Instituut;
17.
De voorzitter van de Kerncommissie Ethiek Medisch Onderzoek (KEMO);
18.
De voorzitter van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM);
19.
De voorzitter van de Commissie van Advies voor de Dierproeven;
20.
De leden van de adviescommissie.
-
-
De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Wetenschapsbeleid (IOW);
-
-
-
De voorzitter van het Interdepartementaal Overleg voor het Technologiebeleid (IOT);
-
-
-
De voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid (AWT);
-
-
-
De voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR);
-
-
-
De voorzitters van de Colleges van Bestuur van de universiteiten, incl. de Landbouw Universiteit Wageningen;
-
-
-
De president van de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen (KNAW);
-
-
-
De voorzitter van de Gezondheidsraad (GR);
-
-
-
De voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO);
-
-
-
De voorzitter van het bestuur van de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU);
-
-
- De voorzitter van de Vereniging van Academische Ziekenhuizen (VAZ);
-
- De voorzitter van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO);
-
- De directeur-generaal van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM);
-
- De directeur van de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO);
-
- De voorzitter van de Overlegcommissie Verkenningen (OCV);
-
- De voorzitters van de Sectorraden;
-
- De voorzitter van de Stuurgroep van het Rathenau Instituut;
-
- De voorzitter van de Kerncommissie Ethiek Medisch Onderzoek (KEMO);
-
- De voorzitter van de Commissie Genetische Modificatie (COGEM);
-
- De voorzitter van de Commissie van Advies voor de Dierproeven;
-
- De leden van de adviescommissie. IV. IV. De Algemene Rekenkamer.
Artikel 10
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum waarop het in de Nederlandse Staatscourant is gepubliceerd.
2. De werkingsduur van dit besluit eindigt drie maanden na de datum waarop het advies aan de Minister is aangeboden.