rijk/ministeriele-regeling/tijdelijke-regeling-opvang-conjuncturele-effecten-in-het-mbo/BWBR0026459/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.8 KiB
Raw Blame History

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Tijdelijke regeling opvang conjuncturele effecten in het mbo BWBR0026459 ministeriele-regeling geldend 2009-10-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0026459 Tijdelijke regeling opvang conjuncturele effecten in het mbo

Tijdelijke regeling opvang conjuncturele effecten in het mbo

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. a.

    *minister:* de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw en de natuurlijke omgeving, de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

b. b.

    * wet:*
    Wet educatie en beroepsonderwijs;

c. c.

    * instelling:* een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid onder b, een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8, of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;

d. d.

    *AOC:* een agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet;

e. e.

    *bol:* beroepsopleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a, van de wet;

f. f.

    *bbl:* beroepsbegeleidende leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b, van de wet;

g. g.

    *voltijdse opleiding:* opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, derde lid, van de wet;

h. h.

    *deeltijdse opleiding:* opleiding als bedoeld in artikel 7.2.7, vijfde lid, van de wet;

i. i.

    *deelnemer:* een deelnemer die is ingeschreven aan een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onder a tot en met e, van de wet, die daadwerkelijk de opleiding volgt en op grond van artikel 2.3.2 van het Uitvoeringsbesluit WEB voor bekostiging wordt meegeteld.

Paragraaf 2. Aanvullende vergoeding opvang conjuncturele effecten

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Paragraaf 3. Aanvullende vergoeding voor het uitvoeren van mobiliteitsregistratie van en het verstrekken van opleidingsadviezen aan examenkandidaten

Artikel 8

In 2009 en 2010 verstrekt de minister aan instellingen aanvullende vergoeding om examenkandidaten te stimuleren door te leren en om gediplomeerde deelnemers die besluiten om niet door te leren en nog geen baan hebben, door te geleiden naar het UWV Werkbedrijf voor ondersteuning bij het vinden van een baan.

Artikel 9

1. Voor het jaar 2009 is voor het verstrekken van aanvullende vergoeding op grond van deze paragraaf € 8.830.000 beschikbaar.

2. Voor het jaar 2010 is voor het verstrekken van een aanvullende vergoeding op grond van deze paragraaf € 8.049.415, beschikbaar.

Artikel 10

1. De hoogte van de aanvullende vergoeding voor een instelling wordt berekend door het aantal formulieren, bedoeld in bijlage 2, dat blijkens de opgave van de MBO Raad in 2009 respectievelijk in 2010 door deelnemers van die instelling volledig is ingevuld te vermenigvuldigen met € 85.

2. Indien het bekostigingsplafond bedoeld in artikel 9 wordt overschreden, wordt de aanvullende vergoeding naar evenredigheid verlaagd.

Artikel 11

1. Uiterlijk in de maand december 2009 respectievelijk 2010 verstrekt de minister de instellingen een voorschot op de aanvullende vergoeding voor 2009 respectievelijk 2010.

2. De hoogte van het voorschot voor het jaar 2009, voor een instelling is een evenredig deel van € 8.830.000, en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijke totaal van de in 2008 uitgereikte diplomas, met gebruikmaking van de gegevens bedoeld in artikel 4b. 2.3., eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.

3. De hoogte van het voorschot voor het jaar 2010 voor een instelling is een evenredig deel van € 8.049.415, en wordt berekend naar rato van het aandeel van de instelling in het landelijke totaal van de in 2009 uitgereikte diploma's, met gebruikmaking van de gegevens bedoeld in artikel 4b.2.3, eerste lid, onderdeel e, van het Uitvoeringsbesluit WEB.

Artikel 12

1. De minister stelt de aanvullende vergoeding voor 1 december 2010, respectievelijk 2011 vast.

2. De betaalde voorschotten worden in december 2010, respectievelijk 2011 verrekend met de aanvullende vergoeding zoals bepaald in artikel 10.

Paragraaf 4. Overige bepalingen

Artikel 13

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt, met ingang van 1 september 2012, met uitzondering van paragraaf 2.

2. Paragraaf 2 vervalt met ingang van 1 september 2011.

Artikel 14

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling opvang conjuncturele effecten in het mbo.

Bijlage 1

Vervallen

Bijlage 2

[afbeelding]