40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
31 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing | BWBR0044046 | ministeriele-regeling | geldend | 2021-07-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0044046 | Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing |
Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. a.
*aanvraagtijdvak:* tijdvak waarin aanvragen voor subsidie kunnen worden ingediend;
b. b.
*abonnement:* overeenkomst, die voor een bepaalde tijdsduur recht geeft op onbeperkte gebruikmaking van online scholing;
c. c.
*bewijs van afronding:* elk bewijs, in de vorm van een bewijs van deelname, van een diploma, getuigschrift of certificaat, waaruit blijkt dat een scholingstraject is afgerond;
d. d.
*brancheorganisatie:* organisatie opgericht voor 1 januari 2020, die belangen behartigt van leden die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;
e. e.
*BSN:* nummer als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer;
f. f.
*deelnemer:* natuurlijk persoon die een band heeft met de Nederlandse arbeidsmarkt, achttien jaar of ouder is en de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet of artikel 6 van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, nog niet heeft bereikt;
g. g.
*EVC-aanbieder:* aanbieder die volgens de principes en uitgangspunten van de Kwaliteitscode EVC, een EVC-procedure uitvoert aan de hand van een voor EVC erkende onderwijs-, beroeps- of branchestandaard, en die voor de desbetreffende standaard is opgenomen in het register erkende EVC-aanbieders van het Nationaal Kenniscentrum EVC;
h. h.
*EVC-procedure:* geheel van processtappen en instrumenten waarmee een EVC-aanbieder eerder of elders verworven competenties van een kandidaat beoordeelt ten opzichte van een voor EVC erkende onderwijs- beroeps- of branchestandaard, en waarbij de uitkomsten worden vastgelegd in een ervaringscertificaat;
i. i.
*hoofdaanvrager:*
1°.
in geval van een opleiderscollectief een opleider;
2°.
in het geval van een samenwerkingsverband een brancheorganisatie, O&O-fonds of werknemers- of werkgeversvereniging;
die gemachtigd is om de andere partijen in het opleiderscollectief of samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen;
1°. 1°. in geval van een opleiderscollectief een opleider; 2°. 2°. in het geval van een samenwerkingsverband een brancheorganisatie, O&O-fonds of werknemers- of werkgeversvereniging; j. j.
*KvK-nummer:* door de Kamer van Koophandel toegekend uniek nummer aan een onderneming of maatschappelijke activiteit in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;
k. k.
*leerpakket:* vorm van scholing waarbij het lesmateriaal niet met directe interactie tussen opleider en deelnemer wordt aangeboden;
l. l.
*minister:* Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
m. m.
*NLQF:* Nederlands Kwalificatieraamwerk voor inschaling van kwalificaties betreffende opleiding en studie;
n. n.
*NRTO:* Nederlandse Raad voor Training en Opleiding;
o. o.
*O&O-fonds:* Opleidings- en Ontwikkelingsfonds, opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
p. p.
*opleider:* natuurlijk persoon of rechtspersoon die zich beroepshalve bezig houdt met het geven van scholing;
q. q.
*opleiderscollectief:* overeengekomen samenwerking tussen verschillende opleiders;
r. r.
*samenwerkingsverband:* overeengekomen samenwerking tussen opleiders enerzijds en O&O-fondsen, verenigingen van werkgevers en werknemers, brancheorganisaties of andere rechtspersonen anderzijds;
s. s.
*scholing:* cursus, training, opleiding of andere vorm van scholing, niet zijnde een bedrijfsspecifieke training;
t. t.
*scholingstraject:* het geven van scholing door een opleider;
u. u.
*subsidieaanvrager:* opleider of hoofdaanvrager van een opleiderscollectief of samenwerkingsverband die subsidie aanvraagt op grond van deze regeling;
v. v.
*subsidieontvanger:* opleider, opleiderscollectief of samenwerkingsverband aan wie subsidie is verleend op grond van deze regeling;
w. w.
*werkgeversvereniging:* vereniging van werkgevers met volledige rechtsbevoegdheid, die ten tijde van de subsidieaanvraag partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een centrale werkgeversorganisatie;
x. x.
*werknemersvereniging:* vereniging van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde zelfstandigen zonder personeel, die partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.
Artikel 2
1. Het doel van deze regeling is het (verder) ontwikkelen van kennis en vaardigheden van deelnemers door hun kosteloos scholingstrajecten aan te bieden, die kunnen bijdragen aan het vergroten van de kansen op de arbeidsmarkt of op het weer verkrijgen van arbeid of opdrachten.
2. Deze regeling is mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Artikel 3
De minister verstrekt subsidie aan opleiders, opleiderscollectieven of samenwerkingsverbanden voor het geven van scholing aan deelnemers.
Artikel 4
1. Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door opleiders, opleiderscollectieven of samenwerkingsverbanden.
2. Subsidieaanvragen voor de categorieën A en B, bedoeld in artikel 6, onderdelen a en b, kunnen worden gedaan door zowel opleiders als opleiderscollectieven, in de periode, genoemd in artikel 11, vierde lid.
3. Subsidieaanvragen voor categorie C, bedoeld in artikel 6, onderdeel c, kunnen worden gedaan door samenwerkingsverbanden in de periode, genoemd in artikel 11, vijfde lid.
4. Subsidieaanvragen voor de categorieën A, B en C, bedoeld in artikel 6, kunnen worden gedaan door zowel opleiders als opleiderscollectieven, in de periode, genoemd in artikel 11a, tweede lid.
Artikel 5
1. Een opleider, opleiderscollectief of samenwerkingsverband neemt het scholingsaanbod op in een catalogus, die voldoet aan de eisen, bedoeld in bijlage I en stelt die online beschikbaar.
2.
Het scholingsaanbod voldoet aan de volgende eisen:
a. a. de scholing beschikt over één van de volgende certificeringen of keurmerken:
1°.
wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en die leidt tot een diploma of certificaat, dan wel verband houdt met onderdelen van een door deze minister vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding;
2°.
leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register;
3°.
wordt gegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau of examenaanbieder die in het bezit is van het NRTO-keurmerk;
4°.
in geval van scholing als bedoeld in artikel 6, onderdeel c, kan deze scholing ook omvatten een EVC-procedure bij een erkende EVC-aanbieder, scholing bij een instelling die opleidt tot een branche- of sector-erkend certificaat of bedrijfsopleidingen aanbiedt;
1°. 1°. wordt aangeboden door een opleidingsinstituut dat door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkend onderwijs verzorgt en die leidt tot een diploma of certificaat, dan wel verband houdt met onderdelen van een door deze minister vastgesteld kwalificatiedossier, vastgestelde kwalificatie of een door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie geaccrediteerde opleiding; 2°. 2°. leidt tot een door het Nationaal Coördinatiepunt NLQF ingeschaalde kwalificatie, die is opgenomen in het NCP-register; 3°. 3°. wordt gegeven door een opleidingsinstituut, een trainingsbureau of examenaanbieder die in het bezit is van het NRTO-keurmerk; 4°. 4°. in geval van scholing als bedoeld in artikel 6, onderdeel c, kan deze scholing ook omvatten een EVC-procedure bij een erkende EVC-aanbieder, scholing bij een instelling die opleidt tot een branche- of sector-erkend certificaat of bedrijfsopleidingen aanbiedt; b. b. de scholing wordt kosteloos aangeboden; c. c. de scholing is arbeidsmarktrelevant; d. d. de scholing valt onder een categorie als bedoeld in artikel 6; e. e. de scholing kan in ieder geval gedeeltelijk online worden gegeven; f. f. de aan 1 september 2020 voorafgaande periode waarin dezelfde scholing werd aangeboden, werd die scholing voor een vergelijkbare of hogere prijs aangeboden; g. g. de scholing komt niet in aanmerking voor andere financiering van overheidswege; en h. h. de scholing wordt afgesloten met een bewijs van afronding.
Artikel 6
Scholingstrajecten zijn onderverdeeld in drie categorieën, waarbij:
a. a. categorie A scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholing:
1°.
ten minste zes maanden wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement;
2°.
voor ten minste een doch ten hoogste drie modules per deelnemer van het leerpakket of abonnement wordt afgesloten met een bewijs van afronding;
3°.
een studiebelasting van minimaal 8 uur heeft; en
4°.
een waarde heeft van ten minste € 150,00.
1°. 1°. ten minste zes maanden wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement; 2°. 2°. voor ten minste een doch ten hoogste drie modules per deelnemer van het leerpakket of abonnement wordt afgesloten met een bewijs van afronding; 3°. 3°. een studiebelasting van minimaal 8 uur heeft; en 4°. 4°. een waarde heeft van ten minste € 150,00. b. b. categorie B scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholing:
1°.
is gericht op het verkrijgen of verbeteren van basisvaardigheden, arbeidsmarktvaardigheden en sociaal-communicatieve vaardigheden die behulpzaam zijn bij het verrichten van werkzaamheden, dan wel die bestaat uit vakgerichte bijscholing;
2°.
niet wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement;
3°.
een studiebelasting van minimaal 16 uur heeft;
4°.
persoonlijke begeleiding en ondersteuning biedt; en
5°.
een waarde heeft van ten minste € 500,00.
1°. 1°. is gericht op het verkrijgen of verbeteren van basisvaardigheden, arbeidsmarktvaardigheden en sociaal-communicatieve vaardigheden die behulpzaam zijn bij het verrichten van werkzaamheden, dan wel die bestaat uit vakgerichte bijscholing; 2°. 2°. niet wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement; 3°. 3°. een studiebelasting van minimaal 16 uur heeft; 4°. 4°. persoonlijke begeleiding en ondersteuning biedt; en 5°. 5°. een waarde heeft van ten minste € 500,00. c. c. categorie C scholing betreft, waarbij geldt dat elke scholing:
1°.
is gericht op afsluiting met een certificaat of diploma op middelbaar of hoger onderwijsniveau of een branche- of sector-erkend certificaat of diploma;
2°.
niet wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement;
3°.
persoonlijke begeleiding en ondersteuning biedt; en
4°.
een minimumbedrag van € 1.000,00 heeft, waarbij geldt dat alle scholingen die in de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn opgenomen, een gemiddelde waarde hebben van ten minste € 1.250,00.
1°. 1°. is gericht op afsluiting met een certificaat of diploma op middelbaar of hoger onderwijsniveau of een branche- of sector-erkend certificaat of diploma; 2°. 2°. niet wordt aangeboden via een leerpakket of abonnement; 3°. 3°. persoonlijke begeleiding en ondersteuning biedt; en 4°. 4°. een minimumbedrag van € 1.000,00 heeft, waarbij geldt dat alle scholingen die in de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn opgenomen, een gemiddelde waarde hebben van ten minste € 1.250,00.
Artikel 6a
Voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, geldt, in afwijking van artikel 6, onderdeel c, sub 4°, dat elke scholing een minimumbedrag van € 1.500 heeft, waarbij geldt dat alle scholingen die in de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, zijn opgenomen, een waarde hebben van ten minste € 1.500.
Artikel 7
1. Een opleider voldoet aan de eisen, beschreven in bijlage II.
2. Indien de opleider in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is gevestigd, wordt, bij het niet beschikken over een certificering of keurmerk als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onderdeel a, een in dat land overeenkomstige certificering of keurmerk gelijkgesteld met deze certificeringen of keurmerken.
Artikel 8
1. Voor subsidies op grond van deze regeling is voor de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 11, vierde en vijfde lid, € 34 miljoen beschikbaar en is voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, eerste lid, € 30 miljoen beschikbaar.
2.
Het beschikbare subsidiebedrag voor het derde aanvraagtijdvak wordt in drie compartimenten verdeeld, waarbij geldt dat:
a. a. in compartiment 1 € 3,5 miljoen beschikbaar is voor scholing in categorie A; b. b. in compartiment 2 € 9,5 miljoen beschikbaar is voor scholing in categorie B; en c. c. in compartiment 3 € 17 miljoen beschikbaar is voor scholing in categorie C.
3. Indien het bedrag dat beschikbaar is voor een scholingscategorie als bedoeld in het tweede lid, na behandeling van alle volledige aanvragen voor die categorie, niet is uitgeput, worden de resterende middelen toegevoegd aan de middelen voor een andere categorie.
Artikel 9
1.
Het subsidiebedrag voor het eerste en tweede aanvraagtijdvak bedraagt per afgerond scholingstraject:
a. a. € 150,00 bij een scholingstraject als bedoeld in artikel 6, onderdeel a; b. b. € 500,00 bij een scholingstraject als bedoeld in artikel 6, onderdeel b; en c. c. € 1.000,00 bij een scholingstraject als bedoeld in artikel 6, onderdeel c.
2. De hoogte van het subsidiebedrag per aanvraag bestaat uit de som van het aantal gegeven scholingstrajecten maal het bedrag per deelnemer, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9a
1.
Het subsidiebedrag voor het derde aanvraagtijdvak bedraagt per afgerond scholingstraject:
a. a. € 150,00 bij een scholingstraject als bedoeld in artikel 6, onderdeel a; b. b. € 500,00 bij een scholingstraject als bedoeld in artikel 6, onderdeel b; en c. c. € 1.500,00 bij een scholingstraject als bedoeld in artikel 6, onderdeel c.
2. De hoogte van het subsidiebedrag per aanvraag bestaat uit de som van het aantal gegeven scholingstrajecten maal het bedrag per deelnemer, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 10
1. De subsidieaanvrager dient een subsidieaanvraag in door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier op de website www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.
2.
Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in een subsidieaanvraag vermeld:
a. a. het KvK-nummer van de subsidieaanvrager; b. b. de contactgegevens van de subsidieaanvrager; c. c. het aantal scholingstrajecten, verdeeld naar categorieën, alsmede het totaalbedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd; en d. d. het bankrekeningnummer waarop de subsidieaanvrager betalingen van de minister op grond van deze regeling wenst te ontvangen.
3.
Bij de subsidieaanvraag worden de volgende stukken gevoegd:
a. a. de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, die de scholingstrajecten bevat die de opleider, het opleiderscollectief of het samenwerkingsverband beoogt ter beschikking te stellen aan deelnemers; en b. b. indien een aanvraag wordt gedaan door een hoofdaanvrager, een door alle partijen die onderdeel uitmaken van het opleiderscollectief of samenwerkingsverband ondertekende samenwerkingsovereenkomst, inclusief een schriftelijke machtiging volgens het format in bijlage III, waaruit blijkt dat de hoofdaanvrager gemachtigd is de andere partijen in het opleiderscollectief of samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen en waarbij de samenwerkingsovereenkomst het KvK-nummer en de contactgegevens van alle opleiders binnen een opleiderscollectief of samenwerkingsverband bevat; c. c. een bewijsstuk dat aantoont dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d.
4.
Bij de subsidieaanvraag verklaart de subsidieaanvrager:
a. a. dat de catalogus, bedoeld in artikel 5, eerste lid, voldoet aan de eisen, beschreven in bijlage I; en b. b. dat de opleider voldoet aan de eisen, beschreven in bijlage II.
5. De subsidieaanvrager stemt bij de subsidieaanvraag toe met het plaatsen van een verwijzing naar de catalogus op de website www.hoewerktnederland.nl.
6.
Per aanvraag, ingediend in de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 11, vierde en vijfde lid, kan:
a. a. een opleider of opleiderscollectief maximaal € 1,5 miljoen subsidie aanvragen; en b. b. een samenwerkingsverband maximaal € 2 miljoen subsidie aanvragen.
7. Per aanvraag, ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, kan een opleider of opleiderscollectief maximaal € 1.750.000 subsidie aanvragen.
8. Indien een aanvraag wordt ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11, vierde lid, voor scholingstrajecten behorende tot de categorieën A of B wordt alleen subsidie verleend als de aanvraag ten minste 1.500 trajecten bevat.
9. Indien een aanvraag wordt ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11, vijfde lid, voor scholingstrajecten behorende tot categorie C, wordt alleen subsidie verleend als de aanvraag ten minste 750 trajecten bevat.
10. Indien een aanvraag wordt ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, wordt alleen subsidie verleend als de aanvraag voor scholingstrajecten behorende tot de categorieën A en B ten minste 1.500 scholingstrajecten bevat en als de aanvraag voor scholingstrajecten behorende tot categorie C ten minste 500 trajecten bevat.
11. Een scholingstraject, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 11, vierde en vijfde lid, start niet eerder dan het moment waarop de subsidieaanvrager de beschikking tot subsidieverlening bekend is gemaakt en eindigt niet later dan 31 december 2021.
12. Een scholingstraject, waarvoor een subsidieaanvraag is ingediend in het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, start niet eerder dan het moment waarop de subsidieaanvrager de beschikking tot subsidieverlening bekend is gemaakt en eindigt niet later dan 1 april 2023.
13. Indien de opleider of de subsidieaanvrager in Nederland, in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland is gevestigd, wordt, bij het niet beschikken over een KvK-nummer, een met het KvK-nummer overeenkomstige registratie in dat land gelijkgesteld met de vermelding, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
Artikel 11
1. Er worden twee aanvraagtijdvakken opengesteld, waarin een subsidieaanvraag kan worden ingediend.
2. Per aanvraagtijdvak is een bedrag van € 17 miljoen beschikbaar.
3. Een opleider, opleiderscollectief of samenwerkingsverband kan slechts één subsidieaanvraag per aanvraagtijdvak indienen.
4. Het eerste aanvraagtijdvak loopt van 1 oktober 2020 tot en met 15 oktober 2020, 17.00 uur en wordt opengesteld voor opleiders en opleiderscollectieven.
5. Het tweede aanvraagtijdvak loopt van 2 november 2020 tot en met 16 november 2020, 17.00 uur en wordt opengesteld voor samenwerkingsverbanden.
6. Indien na sluiting van het eerste aanvraagtijdvak blijkt dat het totaalbedrag dat met de subsidieaanvragen in dat tijdvak is gemoeid minder bedraagt dan het maximum van € 17 miljoen, wordt het resterende bedrag opgeteld bij het maximumbedrag van € 17 miljoen dat beschikbaar is voor het tweede aanvraagtijdvak.
Artikel 11a
1. Er wordt een derde aanvraagtijdvak opengesteld, waarin een subsidieaanvraag kan worden ingediend, met inachtneming van het tweede en derde lid.
2. Het derde aanvraagtijdvak loopt van 1 september 2021, 9.00 uur tot en met 8 september 2021, 17.00 uur en wordt opengesteld voor opleiders en opleiderscollectieven.
3. Artikel 11, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 12
1. De subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.
2. Indien subsidieaanvragen gelijktijdig worden ontvangen, wordt door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden behandeld.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid, wordt de volgorde van behandeling van de subsidieaanvragen die zijn ingediend in het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, na afloop van dit aanvraagtijdvak vastgesteld door middel van loting, waarbij alleen volledige subsidieaanvragen in behandeling worden genomen.
4. In geval van loting als bedoeld in het derde lid, worden onvolledige subsidieaanvragen, na aanvulling door de subsidieaanvrager, geplaatst aan het einde van de lijst die volgt uit de loting, waarbij het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag bepalend is voor de volgorde van plaatsing op die lijst.
Artikel 13
1. De minister besluit binnen 13 weken op een aanvraag tot subsidieverlening.
2.
Onverminderd afdeling 4.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt de subsidiebeschikking in ieder geval:
a. a. de periode waarin de scholingstrajecten, waarvoor subsidie wordt verleend zullen worden gegeven; b. b. de hoogte van het bedrag van de subsidieverlening en het voorschot; en c. c. de administratieverplichtingen, bedoeld in bijlage IV, waaraan de subsidieaanvrager moet voldoen.
3. De minister verstrekt bij de beschikking tot subsidieverlening ambtshalve een voorschot van 60% van het op grond van artikel 9, tweede lid, of artikel 9a, tweede lid, berekende bedrag.
4. Betalingen van subsidie en voorschotten daarop aan de hoofdaanvrager gelden als betalingen aan het opleiderscollectief of samenwerkingsverband.
5.
Onverminderd artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht schort de minister een betaling als bedoeld in het derde lid op, indien:
a. a. er sprake is van een ernstig vermoeden dat niet voldaan wordt aan de verplichtingen die zijn verbonden aan de subsidie; of b. b. een melding van de subsidieaanvrager daartoe aanleiding geeft.
Artikel 14
Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan een aanvraag voor subsidie geheel of gedeeltelijk worden afgewezen wanneer:
a. a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen of de eisen, die bij of krachtens de Kaderwet SZW-subsidies zijn gesteld; of b. b. de scholingstrajecten plaatsvinden buiten de in artikel 10, elfde of twaalfde lid bedoelde periode.
Artikel 15
1. De subsidieaanvrager die een aanvraag indient in het eerste of tweede aanvraagtijdvak, dient uiterlijk 31 maart 2022 om 17.00 uur een verzoek tot vaststelling van subsidie in door middel van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier op de website www.mijnuitvoeringvanbeleidszw.nl.
2. De subsidieaanvrager die een aanvraag indient in het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, dient uiterlijk 30 juni 2023 om 17.00 uur een verzoek in tot vaststelling van subsidie op dezelfde wijze als beschreven in het eerste lid.
3.
Onverminderd artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht wordt in een aanvraag tot subsidievaststelling vermeld:
a. a. het KvK-nummer van de subsidieontvanger; b. b. de contactgegevens van de subsidieontvanger; c. c. het bankrekeningnummer waarop de subsidieontvanger betalingen van de minister op grond van deze regeling wenst te ontvangen; en d. d. het gerealiseerd aantal scholingstrajecten, verdeeld naar categorie, alsmede het hiermee gemoeide subsidiebedrag.
4.
Bij de aanvraag tot subsidievaststelling worden in elk geval meegezonden:
a. a. een specificatie van de gegeven scholing per opleider, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d inclusief het KvK-nummer en contactgegevens van alle opleiders binnen een opleiderscollectief of samenwerkingsverband; b. b. een overzicht met het BSN van de betrokken deelnemers; c. c. een assurancerapport als bedoeld in artikel 7.5 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS; en d. d. een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 16.
5. De subsidieontvanger kan, wanneer hij voorziet dat minder dan 60% van het aantal scholingstrajecten zoals vermeld in de beschikking tot subsidieverlening zal worden gerealiseerd, voor het einde van de periode, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, maar uiterlijk tot 1 november 2021 een verzoek tot wijziging van het besluit tot subsidieverlening indienen.
6. Het vijfde lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van subsidieaanvragers voor het derde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 11a, met dien verstande dat in plaats van '1 november 2021' wordt gelezen '1 februari 2023'.
7. Indien bij het indienen, dan wel bij het controleren van de aanvraag tot subsidievaststelling blijkt, dat minder dan 60% van het aantal scholingstrajecten, genoemd in de afgegeven beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, en dit tekort aan gerealiseerde trajecten naar het oordeel van de minister de subsidieaanvrager kan worden aangerekend, kan het subsidiebedrag op nihil worden vastgesteld.
Artikel 16
1. De subsidieontvanger draagt zorg voor de evaluatie van de uitvoering van de scholing op grond van deze regeling en het bereik, de doeltreffendheid en doelmatigheid daarvan.
2.
Het evaluatieverslag omvat in ieder geval:
a. a. een beschrijving van de uitgevoerde scholing; b. b. een beschrijving van het uitvoeringsproces tussen subsidieontvanger en de deelnemers die de scholing volgden en de leerervaringen die daarbij zijn opgedaan; en c. c. een overzicht van de bereikte resultaten, uitgedrukt in:
1°.
achtergrond van de deelnemersgroep, uitgesplitst naar een aantal relevante kenmerken;
2°.
aantallen deelnemers per categorie scholing, uitgesplitst naar verwacht aantal deelnemers, het gerealiseerd aantal deelnemers en het percentage deelnemers dat de scholing heeft afgerond.
1°. 1°. achtergrond van de deelnemersgroep, uitgesplitst naar een aantal relevante kenmerken; 2°. 2°. aantallen deelnemers per categorie scholing, uitgesplitst naar verwacht aantal deelnemers, het gerealiseerd aantal deelnemers en het percentage deelnemers dat de scholing heeft afgerond.
3. De subsidieontvanger verstrekt het evaluatieverslag met gebruikmaking van het formulier dat daartoe beschikbaar is gesteld op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Artikel 17
Bij een redelijk vermoeden dat een opleider of een ander persoon, die werkzaam is binnen een opleiderscollectief of een samenwerkingsverband, fraude heeft gepleegd bij het verkrijgen van subsidie op grond van deze regeling, kan de minister hiervan melding maken bij de instantie waar de certificering of het keurmerk is verkregen. Daarnaast zal deze opleider of ander persoon van verdere deelname aan deze regeling worden uitgesloten.
Artikel 18
1.
De subsidieontvanger werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor:
a. a. het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie; b. b. het beoordelen of de subsidie terecht is verstrekt; c. c. het monitoren van de voortgang in de werving van deelnemers, het starten en uitvoeren van de scholingstrajecten en de financiële realisatie; en d. d. de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de minister.
2. De deelnemer verleent medewerking aan het in het eerste lid bedoelde onderzoek vergezeld van de toestemmingsverklaring, opgenomen in bijlage V.
Artikel 19
De minister zendt binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van deze regeling aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.
Artikel 19a
De Minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 20
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 juli 2023.
2. In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op de dag voorafgaand aan de datum met ingang waarvan deze regeling vervalt, van toepassing op de afwikkeling van uiterlijk op 30 juni 2023 om 17.00 uur ingediende verzoeken tot vaststelling van subsidie op grond van deze regeling.
Artikel 21
Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling NL leert door met inzet van scholing.