rijk/ministeriele-regeling/uitvoeringsregeling-subsidies-co2-reductieplan-2001/BWBR0012794/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

6.7 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan 2001 BWBR0012794 ministeriele-regeling geldend 2001-09-12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0012794 Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan 2001

Uitvoeringsregeling subsidies CO2-reductieplan 2001

Paragraaf 1. Algemene bepaling

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Rekenregels

Artikel 2

1. De maximale kosteneffectiviteit, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld op € 9 per vermeden ton CO_2 of CO_2-equivalent.

2.

Voor de bepaling van de kosteneffectiviteit wordt gerekend met:

a. a. een door de aanvrager aannemelijk gemaakte technische levensduur van de voorziening van ten hoogste 25 jaar; b. b. een annuïteit met een rente van 6%.

Artikel 3

De minimale vermindering van de uitstoot van een broeikasgas, bedoeld in artikel 1, onder f, van het besluit bedraagt 1 kiloton CO_2 of CO_2-equivalent per jaar.

Artikel 4

De vermindering van de uitstoot van een broeikasgas voor CO_2-reductieprojecten, inhoudende:

a. a. het gebruik van restwarmte middels een aan te leggen infrastructuur wordt berekend overeenkomstig de artikelen 5 tot en met 12 van deze regeling; b. b. CO_2-levering middels een aan te leggen infrastructuur wordt berekend overeenkomstig de artikelen 8, 12 en 13 van deze regeling; c. c. energiebesparing wordt berekend overeenkomstig artikel 12 van deze regeling; d. d. de vervanging van fossiele energiebronnen door hernieuwbare energiebronnen wordt berekend overeenkomstig artikel 12 van deze regeling; e. e. directe emissiereductie wordt berekend overeenkomstig de Global Warming Potential-factoren, zoals opgenomen in bijlage 1 bij het besluit.

Artikel 5

Bij warmte- en CO_2-levering wordt uitgegaan van het volgende:

a. a. de warmtelevering vervangt individuele warmteproductie met gas als brandstof; b. b. in alle gevallen is een aparte verwarmingsketel aanwezig voor dekking van de piekvraag en als hulpwarmtebron, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande verwarmingsketel gehandhaafd blijft, of een decentrale hulpwarmteketel wordt opgenomen met dezelfde prestaties als een individuele ketel; c. c. in de woning- en utiliteitsbouw wordt voorzien in ruimteverwarming en warmtetapwater, met dien verstande dat in de bestaande bouw in ieder geval voorzien wordt in ruimteverwarming en optioneel in warmtetapwater; d. d. in de glastuinbouw worden situaties met en zonder CO_2-levering onderscheiden; e. e. indien in combinatie met warmtelevering ook andere maatregelen worden getroffen worden deze onderdelen apart gewaardeerd.

Artikel 6

Bij het bepalen van de vermindering van de uitstoot van een broeikasgas wordt uitgegaan van:

a. a. een standaard gasverbruik per jaar overeenkomstig artikel 7; b. b. een dekkingsgraad overeenkomstig artikel 8; c. c. pompenergie bij warmtedistributie overeenkomstig artikel 10; d. d. distributieverlies overeenkomstig artikel 11; e. e. een CO_2-emissiefactor overeenkomstig artikel 12; f. f. een gasbesparing door CO_2-levering aan de glastuinbouw overeenkomstig artikel 13.

Artikel 7

Als standaard gasverbruik per jaar bij warmtelevering geldende de volgende waarden, indien het betreft:

Artikel 8

Als dekkingsgraad bij warmtelevering gelden de volgende waarden, voor zover het betreft:

1º. 1º. 75% indien een warmtebuffer aanwezig is, 2º. 2º. 80% indien warmtelevering en CO_2-levering plaatsvindt, 3º. 3º. 85% indien CO_2- en warmtelevering plaatsvindt en een warmtebuffer aanwezig is.

Artikel 9

Voor gasketels wordt:

a. a. bij warmteproductie uitgegaan van 100% als rendement op de onderwaarde bij een onderste verbrandingswaarde van aardgas van 31,65 MJ/m^3; b. b. bij stoomproductie uitgegaan van 90% als rendement op de onderwaarde.

Artikel 10

Als pompenergie bij warmtelevering gelden de volgende waarden:

a. a. 1 kWh/GJ voor het transportnet; b. b. 2 kWh/GJ voor het primaire en secundaire distributienet.

Artikel 11

Voor het distributieverlies bij warmtelevering wordt uitgegaan van de volgende waarden, indien sprake is van:

Artikel 12

Als CO_2-emissiefactoren voor energiegebruik gelden de volgende waarden uitgedrukt in kilogram CO_2 per eenheid, indien sprake is van:

Artikel 13

Voor de berekening van de gasbesparing door CO_2-levering aan de glastuinbouw wordt uitgegaan van 7 m^3 aardgas per m^2 kasoppervlak. Bij de berekening wordt rekening gehouden met het energieverbruik voor CO_2opwerking of CO_2-transport.

Paragraaf 3. Belastingverminderingen

Artikel 14

Als belastingvermindering, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van het besluit worden aangewezen:

a. a. de milieu-investeringsaftrek, bedoeld in artikel 3.42a, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; b. b. de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen, bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001; c. c.

    artikel 36i, zesde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.

Paragraaf 4. Bepalingen betreffende de aanvraag en het subsidieplafond

Artikel 15

Als periode als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit geldt de periode 17 september 2001 tot en met 14 februari 2002.

Artikel 16

Het in artikel 7 van het besluit bedoelde subsidieplafond bedraagt voor aanvragen ontvangen in de in artikel 15 bedoelde periode: € 68.067.032,41.

Artikel 17

1. Het formulier, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van het besluit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1.

2. Het formulier, bedoeld in artikel 14, derde lid, van het besluit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3. Het formulier, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van het besluit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4. Het formulier, bedoeld in artikel 18, tweede lid, van het besluit wordt vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Paragraaf 5. Overgangsbepaling

Artikel 18

Wijzigt deze regeling.

Paragraaf 6. Slotbepalingen

Artikel 19

De Uitvoeringsregeling subsidies CO_2-reductieplan wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 14 oktober 2000 en subsidies die zijn verleend voor de inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel 20

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 21

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling subsidies CO_2-reductieplan 2001.