40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
11 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Spanje regelende de burgerlijke luchtlijnen | BWBV0005769 | verdrag | geldend | 1950-06-20 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0005769 | Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Spanje regelende de burgerlijke luchtlijnen |
Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Spanje regelende de burgerlijke luchtlijnen
Artikel I
De Overeenkomstsluitende Partijen verlenen elkaar wederkerig de rechten, opgesomd in de hieraan gehechte Bijlage, welke vereist zijn om de, in de Bijlage vervatte, internationale burgerlijke luchtlijnen en diensten in te stellen, onverschillig of deze diensten onmiddellijk dan wel op een later tijdstip, naar verkiezing van de Overeenkomstsluitende Partij, aan welke de rechten worden verleend, zullen worden geopend.
Artikel II
Elk van de luchtdiensten, genoemd in de Bijlage, heeft het recht in werking te treden, zodra de Overeenkomstsluitende Partij, welke krachtens Artikel I het recht heeft gekregen een of meer ondernemingen aan te wijzen om de betreffende lijn te exploiteren, die aanwijzing zal hebben gedaan. De Overeenkomstsluitende Partij, die dat recht zal hebben toegekend, zal, behoudens het bepaalde in het hiernavolgende Artikel VI, aan de belanghebbende onderneming of ondernemingen de benodigde exploitatievergunning moeten verlenen, hetgeen zij zonder dralen zal doen.
Artikel III
Teneinde elke bevoorrechting te voorkomen en gelijkheid van behandeling te verzekeren, wordt overeengekomen dat:
a) a) elk der Overeenkomstsluitende Partijen voor het gebruik van luchthavens en andere faciliteiten billijke en redelijke tarieven kan opleggen of toestemming kan geven tot het opleggen daarvan. Elk der Overeenkomstsluitende Partijen neemt echter op zich, dat deze tarieven niet hoger zullen zijn dan die, welke zouden worden betaald voor het gebruik van bedoelde luchthavens en faciliteiten door haar eigen luchtvaartuigen gebezigd op soortgelijke internationale diensten; b) b) op motorbrandstoffen en smeeroliën, aan boord genomen van de luchtvaartuigen van een Overeenkomstsluitende Partij, en op reservedelen, motoren, uitrustingsstukken en in het algemeen het materieel, ingevoerd in het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij of op dat grondgebied door de andere Overeenkomstsluitende Partij of haar onderdanen aan boord genomen van een luchtvaartuig en uitsluitend bestemd voor gebruik door luchtvaartuigen van deze laatste, door de Overeenkomstsluitende Partij, op wier grondgebied het luchtvaartuig zal zijn binnengekomen, de nationale regeling betreffende het heffen van douanerechten, inspectiekosten en andere nationale rechten zal worden toegepast; c) c) de luchtvaartuigen, welke gebruikt worden op de overeengekomen diensten, de voorraden van motorbrandstoffen, smeeroliën, reservedelen, gewone uitrustingstukken en proviand, welke aan boord blijven van de burgerlijke luchtvaartuigen van de luchtvaartonderneming van de Overeenkomstsluitende Partijen, welke gemachtigd zijn de routes en diensten, opgesomd in de Bijlage, te exploiteren, bij hun aankomst op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij of bij hun vertrek daaruit vrijgesteld zullen zijn van douanerechten, inspectiekosten of soortgelijke andere rechten en tarieven, zelfs wanneer deze voorraden zouden worden gebruikt of verbruikt door deze luchtvaartuigen bij vluchten boven dat grondgebied; d) d) de aldus vrijgestelde goederen slechts zullen mogen worden gelost met goedkeuring van de douaneautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij. Deze goederen, die weer moeten worden uitgevoerd, zullen tot wederuitvoer onder toezicht van de douane blijven.
Artikel IV
De bewijzen van luchtvaardigheid, de bewijzen van geschiktheid en de vergunningen, uitgereikt of geldig verklaard door een van de Overeenkomstsluitende Partijen, zullen door de andere Overeenkomstsluitende Partij als geldig worden erkend voor de exploitatie van de routes en diensten, opgesomd in de Bijlage.
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich evenwel het recht voor, voor vluchten boven haar eigen grondgebied de erkenning van bewijzen van geschiktheid en vergunningen, door een andere Staat aan haar eigen onderdanen uitgereikt, te weigeren.
Artikel V
a. De wetten en voorschriften van de ene Overeenkomstsluitende Partij betreffende het binnenkomen in en het vertrek uit haar grondgebied van luchtvaartuigen, gebezigd in de internationale luchtvaart of betreffende de exploitatie van en het vliegen met die luchtvaartuigen gedurende hun aanwezigheid binnen de grenzen van haar grondgebied, zullen van toepassing zijn op de luchtvaartuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij zonder onderscheid van nationaliteit en bedoelde luchtvaartuigen zullen deze moeten nakomen bij aankomst, bij vertrek en gedurende hun aanwezigheid binnen de grenzen van het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij;
b. de passagiers, de bemanningen en de afzenders van goederen zullen gehouden zijn persoonlijk dan wel door tussenkomst van een derde, die in hun naam en voor hun rekening optreedt, de wetten en voorschriften na te leven, welke op het grondgebied van elk der Overeenkomstsluitende Partijen het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van de passagiers, bemanningen of goederen regelen, zoals die welke van toepassing zijn op de binnenkomst, op de formaliteiten voor in- en uitklaring, op de landverhuizing, op de paspoorten, op de douane, op de deviezen en op de quarantaine.
Artikel VI
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt zich het recht voor om een luchtvaartonderneming van de andere Overeenkomstsluitende Partij een bewijs of een vergunning te onthouden of een zodanig bewijs of een zodanige vergunning te herroepen, wanneer zij niet het bewijs heeft, dat die onderneming voor een belangrijk deel het eigendom is van en het daadwerkelijk toezicht van die onderneming berust bij onderdanen van de ene of van de andere Overeenkomstsluitende Partij, dan wel in geval een luchtvaartonderneming de wetten van de staat, waarover gevlogen wordt, zoals die bedoeld in Artikel V hierboven, niet in acht neemt of niet voldoet aan de verplichtingen, welke deze Overeenkomst haar oplegt.
Artikel VII
De Overeenkomstsluitende Partijen zullen vrijelijk haar onderscheiden ondernemingen, waaraan een vergunning voor het uitoefenen van luchtverkeer is verleend, kunnen vervangen na voorafgaande mededeling aan de andere Overeenkomstsluitende Partij. De nieuw aangewezen onderneming zal alle rechten en verplichtingen van de vorige onderneming hebben. Deze vervanging zal onder geen enkel voorwendsel enige aansprakelijkheid voor de staat, die de vergunning verleent, met zich medebrengen.
Artikel VIII
De luchtvaartautoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar op de hoogte houden van inbreuken op haar onderscheiden grondgebieden begaan door het personeel van de ondernemingen, waaraan een vergunning voor het uitoefenen van luchtvervoer is verleend. In geval een als ernstig aan te merken vergrijp wordt geconstateerd, heeft de bevoegde luchtvaartautoriteit het recht de terugroeping van de verantwoordelijke beambte te verzoeken. Indien zich een herhaling van de gemaakte feiten mocht voordoen, zal men alsdan het recht hebben de nietigverklaring te vragen van de vergunning, welke ten gunste van de betreffende luchtvaartonderneming is verleend.
Artikel IX
Wordt vervangen door de Internationale Overeenkomst inzake de procedure voor de vaststelling van tarieven voor geregelde luchtdiensten; Parijs, 10 juli 1967.
Artikel X
Teneinde de luchtvaart te bevorderen zullen de Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen gezamenlijk bepalen, welke minimaal noodzakelijke faciliteiten zij elkaar wederzijds zullen bieden, wat betreft de installaties en diensten op de vliegvelden en op de routes, waaronder in het bijzonder vallen de luchtverkeersbeveiligingssystemen, de uitwisseling van inlichtingen, de te bezigen talen en maateenheden en de cijfercodes.
De faciliteiten en diensten zullen binnen het raam van ieders mogelijkheden en van de werkelijke uitvoerbaarheid door iedere Overeenkomstsluitende Partij worden verleend, waarbij zo nauw mogelijke aansluiting zal worden gezocht aan de geldende normen.
Artikel XI
Wanneer onderdanen of goederen van onderdanen van een der Overeenkomstsluitende Partijen bij vervoer door vliegtuigen van de andere Overeenkomstsluitende Partij schade ondervinden, zullen de onderscheiden Luchtvaartautoriteiten al het mogelijke doen, opdat de verschuldigde schadeloosstellingen binnen de kortst mogelijke tijd aan de belanghebbenden of aan de rechthebbenden worden uitbetaald.
De Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen zullen zich met elkaar verstaan nopens de regeling van alle vraagstukken, betreffende de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en haar Bijlage.
Artikel XII
De Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen zullen zich met elkaar verstaan nopens de regeling van alle vraagstukken, betreffende de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en haar Bijlage.
Artikel XIII
Indien een van de Overeenkomstsluitende Partijen het wenselijk zou achten de routes of voorwaarden, vermeld in de Bijlage van deze Overeenkomst, te wijzigen, zal zij kunnen verzoeken, dat de bevoegde Luchtvaartautoriteiten van de twee Overeenkomstsluitende Partijen overleg plegen; een zodanig overleg zal moeten aanvangen binnen een termijn van 60 dagen te rekenen vanaf de datum van het verzoek. Wanneer deze autoriteiten tot overeenstemming geraken omtrent nieuwe of herziene voorwaarden, welke de Bijlage raken, zullen haar aanbevelingen terzake van kracht worden, nadat deze door een uitwisseling van diplomatieke nota's zullen zijn bevestigd.
Artikel XIV
Deze Overeenkomst zal van kracht worden op de dag van ondertekening. Van 1 Februari 1952 af kan elk der Overeenkomstsluitende Partijen met een opzeggingstermijn van drie maanden de andere Partij haar opzegging van de Overeenkomst aankondigen.
Artikel XV
Alle geschillen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst en haar Bijlage, die niet rechtstreeks geregeld kunnen worden door middel van overleg, hetzij tussen de betrokken ondernemingen, hetzij tussen de luchtvaartautoriteiten, hetzij tenslotte tussen de onderscheiden Regeringen, zullen aan een scheidsrechterlijke beslissing worden onderworpen, hetzij van een Tribunaal, hetzij van ieder ander overeengekomen persoon of lichaam.
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich, zich te houden aan de voorlopige maatregelen, die tijdens het onderzoek uitgevaardigd kunnen worden, evenals aan de scheidsrechterlijke beslissing, welke laatste in ieder geval als definitief wordt beschouwd.