rijk/verdrag/verdrag-inzake-de-samenwerking-op-het-gebied-van-cultuur-onderwijs-wetenschappen/BWBV0001274/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

3.9 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België BWBV0001274 verdrag geldend 1997-03-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001274 Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België

Verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België

Artikel 1

De Verdragsluitende Partijen werken zo nauw mogelijk samen op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn.

Artikel 2

Tot dit doel voeren de Verdragsluitende Partijen een beleid dat zoveel mogelijk en op basis van wederkerigheid de rechtstreekse samenwerking op deze gebieden tussen overheden, personen, instellingen en organisaties bevordert.

Dit geldt in het bijzonder voor de samenwerking in de grensgebieden.

Artikel 3

De Verdragsluitende Partijen streven naar onderlinge afstemming en coördinatie en waar mogelijk en wenselijk naar een gemeenschappelijk beleid.

Artikel 4

De Verdragsluitende Partijen streven naar samenwerking in en met derde landen.

Artikel 5

De Verdragsluitende Partijen voeren, waar mogelijk, vooraf overleg over in Europese organen en multilaterale fora in te nemen standpunten.

Artikel 6

Voor de bevordering van de wederzijdse bekendheid stimuleren de Verdragsluitende Partijen de uitwisseling van informatie en documentatie. Tevens wordt de uitwisseling van deskundigen aangemoedigd.

Artikel 7

De Verdragsluitende Partijen stellen een Commissie in, paritair samengesteld en bestaande uit ambtelijke en niet-ambtelijke leden.

De Commissie stelt een huishoudelijk reglement vast.

De Commissie evalueert de uitvoering van dit Verdrag en brengt terzake advies uit.

Artikel 8

De Commissie overlegt periodiek met de Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie met het oog op afstemming van de samenwerking, zoals voorzien in dit Verdrag, op de in het Taalunieverdrag geregelde samenwerking op het gebied van de Nederlandse taal en letteren.

Artikel 9

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand, volgend op de dag waarop de Verdragsluitende Partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld, dat aan de constitutionele vereisten hiervoor is voldaan.

Artikel 10

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, kan de toepassing van dit Verdrag tot de Nederlandse Antillen en Aruba worden uitgebreid door middel van schriftelijke kennisgeving van de Nederlandse Regering aan de Vlaamse Regering.

Artikel 11

1. Bij inwerkingtreding van dit Verdrag eindigt, wat de Vlaamse Gemeenschap betreft, de samenwerking in het kader van het Verdrag betreffende de culturele en intellectuele betrekkingen tussen Nederland en België van 16 mei 1946.

2. Indien de toepassing van dit Verdrag wordt uitgebreid tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba eindigt de samenwerking in het kader van de Overeenkomst betreffende de culturele betrekkingen en het Protocol van Uitvoering van 4 juni 1975 tussen het desbetreffende deel van het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap.

Artikel 12

1. Indien één der Verdragsluitende Partijen dit Verdrag opzegt, stelt zij de andere Verdragsluitende Partij daarvan schriftelijk in kennis; de opzegging van het Verdrag wordt van kracht zes maanden na de datum van ontvangst van een dergelijke kennisgeving door de andere Verdragsluitende Partij.

2. Indien de toepassing van dit Verdrag tot de Nederlandse Antillen en/of Aruba is uitgebreid, is het Koninkrijk der Nederlanden gerechtigd de toepassing van dit Verdrag ten aanzien van een deel van het Koninkrijk afzonderlijk te beëindigen.