rijk/verdrag/verdrag-tussen-het-koninkrijk-der-nederlanden-en-het-vlaams-gewest-inzake-de-ver/BWBV0001233/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

11 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde BWBV0001233 verdrag geldend 1996-07-01 https://wetten.overheid.nl/BWBV0001233 Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake de verruiming van de vaarweg in de Westerschelde

Hoofdstuk I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

a. a. „Vaargeul": de doorgaande vaargeul op Nederlands grondgebied van zee over de Westerschelde naar de Nederlands-Belgische grens; b. b. „bevoegde overheden": wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de minister die bevoegd is voor de Waterstaat en, wat het Vlaams Gewest betreft, de minister die bevoegd is voor de Openbare Werken; c. c. „Technische Scheldecommissie": de Technische Scheldecommissie bedoeld in het Protocol van de besprekingen van Nederlandse, Luxemburgse en Belgische ministers, gehouden te Luxemburg op 29, 30 en 31 januari 1948.

Hoofdstuk II. BEPALINGEN INZAKE DE WERKEN

Artikel 2

1. De vaargeul wordt verruimd met het doel de in bijlage A opgenomen vaarmogelijkheden te verkrijgen.

2.

Ter verwezenlijking van deze verruiming worden de volgende werken voorbereid, uitgevoerd en onderhouden:

a. a. opruimen van wrakken en andere obstakels in de vaargeul en in anker- en noodankergebieden; b. b. plaatselijk verdedigen van oevers; c. c. herstelwerken in verband met het verlies aan natuurwaarden; en d. d. plaatselijk verruimen van de vaargeul en het plaatselijk verruimen en eventueel verplaatsen van anker- en noodankergebieden.

3. De in het tweede lid bedoelde werken worden nader beschreven in bijlage B (beschrijving van de werken) en bijlage C (schematische tekeningen). De bevoegde overheden stellen in onderling overleg de nodige nadere gegevens vast.

Artikel 3

1. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt zorg voor de voorbereiding en de uitvoering van de in artikel 2, tweede lid onder a, b en c bedoelde werken, daaronder begrepen studie en onderzoek, het opmaken van plannen en aanbestedingsbescheiden, de aanbesteding en het toezicht.

2. Het Vlaams Gewest draagt zorg voor de voorbereiding en de uitvoering van de in artikel 2, tweede lid onder d, bedoelde werken, daaronder begrepen studie en onderzoek, het opmaken van plannen en aanbestedingsbescheiden, de aanbesteding en het toezicht.

3. De Partij die een werk, bedoeld in artikel 2, tweede lid, voorbereidt en uitvoert, draagt zorg voor de aanvraag van de daartoe volgens Nederlands recht nodige vergunningen. De Nederlandse bevoegde overheid verleent de vergunningen binnen de daarvoor gebruikelijke termijnen en onder de voor overeenkomstige werken in Nederland gebruikelijke of noodzakelijke voorwaarden.

4. Het Koninkrijk der Nederlanden draagt zorg voor het onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder a, b en c, bedoelde werken. Het Vlaams Gewest draagt zorg voor het onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder d, bedoelde werken.

5. Nadere regelingen met betrekking tot de in dit artikel, eerste en tweede lid, bedoelde bestekken en overeenkomsten zijn opgenomen in bijlage D.

Artikel 4

1. De in artikel 2, tweede lid onder a, bedoelde opruimingswerken en de in artikel 2, tweede lid onder b, bedoelde oeververdedigingswerken zullen zoveel als technisch mogelijk is gelijktijdig en gelijklopend worden uitgevoerd met de in artikel 2, tweede lid onder d, bedoelde verruimingswerken, met dien verstande, dat in beginsel drie jaar na het begin van de uitvoering van de verruimingswerken de uitvoering van alle oeververdedigingswerken schriftelijk moet zijn opgedragen.

2. De uitvoeringsplanning van de werken is opgenomen in bijlage C, blad 3.

Artikel 5

1.

Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de kosten van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde werken verstaan:

a. a. de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder a, bedoelde opruimingswerken; b. b. de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder b, bedoelde oeververdedigingswerken; c. c. de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder c, bedoelde herstelwerken; d. d. de kosten van voorbereiding, uitvoering en onderhoud van de in artikel 2, tweede lid onder d, bedoelde verruimingswerken; en e. e. de kosten van monitoring, studie en onderzoek van de effecten van de werken op het watersysteem van de Westerschelde.

2.

Onder de in het eerste lid van dit artikel vermelde kosten zijn mede begrepen:

a. a. de kosten van schaden op Nederlands grondgebied, die een rechtstreeks gevolg zijn van de uitvoering van deze werken, daaronder begrepen schaden waarvoor het Koninkrijk der Nederlanden naar Nederlands recht aansprakelijk is; b. b. de kosten van het Koninkrijk der Nederlanden voor onderzoek, adviezen en laboratoriumproeven; c. c. de kosten van het Koninkrijk der Nederlanden, in het geval van door het Koninkrijk der Nederlanden uitgevoerde werken, voor administratie, opstellen van de plannen en de aanbestedingsstukken en toezicht op de uitvoering. Deze kosten worden vastgesteld op 12% van de aannemingssom; d. d. de kosten van het Koninkrijk der Nederlanden, in het geval van door het Koninkrijk der Nederlanden aan derden opgedragen werken, voor administratie en toezicht op de uitvoering. Deze kosten worden vastgesteld op 6% van de aannemingssom; e. e. de kosten wegens ingebruikneming van door het Koninkrijk der Nederlanden voor de werken ter beschikking gestelde gronden of materialen; en f. f. de belasting op de toegevoegde waarde.

3.

Van de kosten van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde werken komen ten laste van het Koninkrijk der Nederlanden:

a. a. de in dit artikel, eerste lid onder a, b en c, bedoelde onderhoudskosten; b. b. de in dit artikel, eerste lid onder a en b, bedoelde kosten van voorbereiding en uitvoering tot een totaalbedrag van f 54 miljoen; c. c. de in dit artikel, eerste lid onder c, bedoelde kosten van voorbereiding en uitvoering, voor zover deze uitgaan boven een totaalbedrag van f 44 miljoen; en d. d. de in dit artikel, eerste lid onder e, bedoelde kosten van monitoring, studie en onderzoek.

4. De overige in het eerste lid van dit artikel bedoelde kosten van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde werken komen ten laste van het Vlaams Gewest.

5. Het Vlaams Gewest kan generlei aanspraak maken op de eigendom van de overeenkomstig het bepaalde in dit Verdrag uitgevoerde werken, noch op de ten behoeve van de uitvoering daarvan door het Koninkrijk der Nederlanden aangekochte, onteigende of ter beschikking gestelde roerende of onroerende goederen.

6. De betalingsregeling is opgenomen in bijlage E.

Hoofdstuk III. AANVULLENDE BEPALINGEN

Artikel 6

1. De Technische Scheldecommissie volgt de voorbereiding, de uitvoering en het onderhoud van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde werken en de monitoring, de studie en het onderzoek van de effecten die deze werken hebben op het watersysteem van de Westerschelde.

2. Wanneer het te eniger tijd nodig blijkt aanvullende werken uit te voeren om de in artikel 2, eerste lid, bedoelde vaarmogelijkheden in stand te kunnen houden, of om eventuele schadelijke effecten op de rivier van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde werken te beperken, zal de Technische Scheldecommissie hierover voorstellen doen aan de bevoegde overheden.

3. De bevoegde overheden kunnen in onderlinge overeenstemming de Technische Scheldecommissie opdragen advies uit te brengen over andere zaken die verband houden met de vaarweg in de Westerschelde.

Artikel 7

1. Partijen verbinden zich, elk voor wat haar bevoegdheden betreft, tot het instandhouden en exploiteren van aaneensluitende meetnetten en informatiesystemen voor de voorziening van hydro-meteogegevens met betrekking tot de vaarweg in en de toegangen tot de Westerschelde.

2. Tussen de Nederlandse en de Vlaamse informatiesystemen wordt een koppeling aangebracht en in stand gehouden. De hydro-meteogegevens worden ter beschikking gesteld van de walradarketen langs de Westerschelde en haar mondingen.

Artikel 8

1. Partijen werken samen bij de studie van andere projecten verbonden met de ontwikkeling van de vaarwegfunctie van de Westerschelde, waaronder de studie van de vaarmogelijkheden vermeld in bijlage F en de studie van een tweede maritieme toegangsweg naar de Waaslandhaven. Over deze studies zal worden beraadslaagd in de Technische Scheldecommissie.

2. Deze studies worden uitgevoerd met inachtneming van de daarvoor in Nederland en het Vlaams Gewest geldende regelgeving, waaronder die met betrekking tot de milieueffectrapportage. Partijen streven naar afronding van de studies binnen de daarvoor in Nederland, onderscheidenlijk in het Vlaams Gewest gebruikelijke termijnen.

3. Indien de studie van andere vaarmogelijkheden leidt tot overeenstemming over de wenselijkheid van de uitvoering van andere projecten, dan kunnen de Partijen te dien einde dit Verdrag wijzigen. Voor wat de vaarmogelijkheden betreft die zijn vermeld in bijlage F, kunnen de bevoegde overheden de bijlagen B en C aanvullen en wijzigen en kan de desbetreffende verruiming worden uitgevoerd volgens de bepalingen van dit Verdrag, zo nodig aangevuld door een Protocol.

Hoofdstuk IV. BESLECHTING VAN GESCHILLEN

Artikel 9

1. Indien er tussen de Partijen een geschil ontstaat met betrekking tot de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag, zullen de Partijen dit in de eerste plaats regelen door middel van onderhandeling.

2. Indien de Partijen er niet in slagen het geschil te regelen door middel van onderhandelingen, kan het op verzoek van één der Partijen ter beslissing worden voorgelegd aan een gerecht van drie scheidsmannen. De bepalingen betreffende de samenstelling en procedure van het gerecht zijn opgenomen in bijlage G bij dit Verdrag.

3. De beslissingen van het gerecht zijn bindend voor de Partijen.

Hoofdstuk V. SLOTBEPALINGEN

Artikel 10

De bijlagen vormen een geïntegreerd onderdeel van dit Verdrag.

Artikel 11

1. Door Partijen schriftelijk overeengekomen wijzigingen van dit Verdrag, de bijlagen A, F en G daarbij inbegrepen, treden in werking op de dag waarop Partijen elkaar schriftelijk hebben meegedeeld dat aan de onderscheiden constitutionele vereisten is voldaan.

2. Wijzigingen van de bijlagen B tot en met E worden schriftelijk overeengekomen tussen de bevoegde overheden en treden in werking op een door deze overheden te bepalen datum.

Artikel 12

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop Partijen elkaar schriftelijk hebben meegedeeld dat aan de onderscheiden constitutionele vereisten is voldaan.