40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
4.5 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vierde Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale verzekering van 29 maart 1951 betreffende de regeling van aanspraken, die door Nederlandse werknemers tussen 13 mei 1940 en 1 september 1945 op grond van de Duitse sociale verzekering zijn verkregen | BWBV0005256 | verdrag | geldend | 1959-05-11 | https://wetten.overheid.nl/BWBV0005256 | Vierde Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale verzekering van 29 maart 1951 betreffende de regeling van aanspraken, die door Nederlandse werknemers tussen 13 mei 1940 en 1 september 1945 op grond van de Duitse sociale verzekering zijn verkregen |
Vierde Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland inzake sociale verzekering van 29 maart 1951 betreffende de regeling van aanspraken, die door Nederlandse werknemers tussen 13 mei 1940 en 1 september 1945 op grond van de Duitse sociale verzekering zijn verkregen
Artikel 1
Het Verdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake sociale verzekering van 29 maart 1951, alsmede de daarbij gesloten Aanvullende Overeenkomsten, zijn ook van toepassing op de vorengenoemde Nederlandse werknemers, voor zover in deze Overeenkomst niet anders is bepaald.
Artikel 2
1. Verzekeringstijdvakken, die door Nederlandse onderdanen tussen 13 mei 1940 en 1 september 1945 op grond van een tewerkstelling tegen beloning in de Duitse rentenverzekering voor arbeiders of de Duitse rentenverzekering voor bedienden vervuld zijn, gelden als vervuld voor de Nederlandse verzekering tegen geldelijke gevolgen van invaliditeit, ouderdom en overlijden, indien de werknemer vóór 1 september 1945 zijn werkzaamheden beëindigd heeft en uiterlijk 31 december 1945 in Nederland teruggekeerd is.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde Nederlandse onderdanen vóór de aanvang van hun tewerkstelling in Duitsland niet ingevolge de Nederlandse Invaliditeitswet verzekerd waren, worden zij voor de toepassing van de artikelen 75 en 76 dier wet als verzekerd beschouwd vanaf de dag, waarop zij in Duitsland te werk gesteld werden; deze bepaling geldt slechts, indien het voor de rechthebbende voordeliger is.
3. Op grond van verzekeringstijdvakken, die ingevolge het eerste lid als vervuld gelden voor de Nederlandse verzekering tegen geldelijke gevolgen van invaliditeit, ouderdom en overlijden kunnen geen aanspraken worden ontleend aan de Duitse rentenverzekering voor arbeiders en de Duitse rentenverzekering voor bedienden. Voor zover de in het eerste lid bedoelde tijdvakken reeds door Duitse verzekeringsorganen bij de vaststelling van uitkeringen in aanmerking zijn genomen, worden de uitkeringen op verzoek of ambtshalve opnieuw vastgesteld, ongeacht de rechtsgeldigheid van vroegere beslissingen. De tot de nieuwe vaststelling te veel betaalde bedragen worden niet teruggevorderd.
Artikel 3
De organen van de in artikel 2 genoemde Duitse rentenverzekeringen betalen aan de Sociale Verzekeringsbank ter vergoeding van de verplichtingen, die ingevolge artikel 2 ontstaan, binnen zes maanden na de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden van deze Overeenkomst een som ineens ter grootte van de tegenwaarde in Duitse marken van 20 miljoen gulden. Dit bedrag is vastgesteld met inachtneming van de bepalingen van artikel 20, derde lid, letter b en artikel 21 van het Verdrag.
Artikel 4
Deze Overeenkomst geldt ook voor het Land Berlijn, voor zover de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland niet binnen drie maanden na de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden tegenover de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden een tegengestelde verklaring aflegt.
Artikel 5
1. Deze Overeenkomst zal worden bekrachtigd. De bekrachtigingsoorkonden zullen zo spoedig mogelijk in Bonn worden uitgewisseld.
2. Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag van de uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden met terugwerkende kracht te rekenen van 1 november 1952. Tegelijkertijd treedt de „Derde Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden inzake sociale verzekering van 29 maart 1951 betreffende aanspraken ingevolge de sociale verzekering van de Nederlandse werknemers, die op grond van ambtelijke arbeidsbemiddeling in de periode van 1940 tot en met 1945 in Duitsland werkzaam zijn geweest” buiten werking.