rijk/zbo/deelregeling-collectiemobiliteit-2017/BWBR0038823/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

4.3 KiB

titel bwb_id type status datum_inwerkingtreding bron citeertitel
Deelregeling Collectiemobiliteit 2017 BWBR0038823 zbo geldend 2017-01-01 https://wetten.overheid.nl/BWBR0038823 Deelregeling Collectiemobiliteit 2017

Deelregeling Collectiemobiliteit 2017

Artikel 1

Het verhogen van de kwaliteit en de zichtbaarheid voor het publiek van de Collectie Nederland. Om de zichtbaarheid voor het publiek en de focus van het collectieprofiel te vergroten, worden initiatieven gestimuleerd die leiden tot selectie, overdracht en afstoten van collectieonderdelen. Selectie, overdracht en afstoten betekenen meer overzicht en inzicht in wat belangrijk is en bevorderen dat instellingen zich meer onderscheiden.

Artikel 2

1. Een bijdrage kan worden toegekend aan een Nederlandse publiekstoegankelijke instelling die erfgoedcollecties van (inter-)nationaal belang beheert of door meerdere instellingen gezamenlijk.

2. De aanvrager is coulant in het bruikleenverkeer ten opzichte van Nederlandse collectiebeherende instellingen.

3. Het afstoten van collecties wordt volgens het bepaalde in de Erfgoedwet en de Leidraad Afstoting Museale Objecten (LAMO) uitgevoerd en waar mogelijk volgens het waardestellend kader van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Artikel 3

Naast de bepalingen vastgesteld in het Algemeen Reglement, in het aanvraagformulier en in de toelichting daarop, dient de aanvraag vergezeld te gaan van:

• • een motivering waarin de aanvrager aangeeft waarom het voorgenomen plan tot selectie, afstoten of overdracht van collecties belangrijk is voor de verbetering van de Collectie Nederland en de relatie die de voorgenomen selectie of afstootactie heeft met de collectie van de aanvrager zoals geformuleerd in het collectiebeleid, • • een collectieplan, • • en een dekkende begroting, • • indien van toepassing een presentatieplan, waarin wordt toegelicht hoe een passend publiek wordt betrokken.

Artikel 4

1.

Bij de beoordeling van een aanvraag voor selectie of afstoot van (deel)collecties geeft het bevoegd adviesorgaan een oordeel over het cultuurhistorische belang van de collectie en de relevantie van herplaatsing van een collectie of een deel daarvan voor het publiek. Daarbij betrekt het bevoegd adviesorgaan de volgende aspecten in zijn oordeel:

• • het belang voor de Collectie Nederland, • • het belang en de reputatie van de aanvragende en afstotende instelling, • • indien van toepassing het belang voor de ontvangende collectie, • • indien van toepassing wordt het belang van het presentatieplan beoordeeld op de wijze waarop beoogd wordt op een inspirerende wijze een passend publiek te bereiken.

2. Indien de bijdrage door twee of meer partijen wordt aangevraagd, telt dit in principe in positieve zin mee. Daarbij wordt beoordeeld of het aan de samenwerking ten grondslag liggende plan een meerwaarde heeft.

3. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten niet van voldoende belang acht, komt het tot een negatief advies over de aanvraag. Indien het bevoegd adviesorgaan de in het eerste lid van dit artikel bedoelde aspecten wel van voldoende belang acht, komt het tot een positief advies over de aanvraag.

4. Een positief advies kan vergezeld gaan van een aanbeveling over de hoogte van de toe te kennen financiële bijdrage.

5. Het bestuur kan het bevoegd adviesorgaan verzoeken de positieve adviezen in volgorde van prioriteit te rangschikken op basis van het oordeel zoals bedoeld in het eerste en, voor zover van toepassing, tweede lid van dit artikel.

Artikel 5

De Deelregeling Collectiemobiliteit wordt met ingang van 1 januari 2017 ingetrokken. Op aanvragen die op grond van de Deelregeling Collectiemobiliteit voor 1 januari 2017 zijn ingediend blijven deze regeling en het Algemeen Reglement van overeenkomstige toepassing.

Artikel 6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 2016, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2017.

Artikel 7

Deze regeling wordt aangehaald als: Deelregeling Collectiemobiliteit 2017.