40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
14 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Reglement erkenning leerbedrijven SBB | BWBR0042390 | zbo | geldend | 2019-08-01 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0042390 | Reglement erkenning leerbedrijven SBB |
Reglement erkenning leerbedrijven SBB
Artikel 1
In dit reglement wordt verstaan onder:
*SBB:* het bestuur van de samenwerkingsorganisatie beroepsonderwijs bedrijfsleven zoals bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB).
*Leerbedrijf:* het bedrijf dat of de organisatie die op grond van dit reglement bevoegd is om de beroepspraktijkvorming te verzorgen.
*Praktijkopleider:* een door het leerbedrijf aangewezen persoon, die belast is met de begeleiding van de student binnen het leerbedrijf.
*Reglement:* reglement erkenning leerbedrijven opgesteld ingevolge artikel 7.2.10 lid 1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en artikel 10b4 lid 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO)
*Student:* Mbo-student in de zin van onderwijsdeelnemer als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en vmbo-leerling in de zin van leerling als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO).
*Onderwijsinstelling:* school voor vmbo of mbo
Artikel 2
Uitsluitend bedrijven en organisaties in binnen- en buitenland die voldoen aan de bepalingen in dit reglement en die door SBB als zodanig zijn erkend, zijn bevoegd om op te treden als leerbedrijf1SBB kan de toetsing van buitenlandse bedrijven op de geschiktheid als leerbedrijf overlaten aan buitenlandse partnerorganisaties. Deze partnerorganisaties dienen te beschikken over een goede systematiek voor het erkennen van leerbedrijven en SBB kan aantonen dat deze systematiek dekkend is voor de wettelijke erkenningseisen..
Artikel 3
1. Met inachtneming van de bepalingen in dit reglement wordt een erkenning afgegeven op verzoek van het bedrijf of de organisatie die de beroepspraktijkvorming wil verzorgen. Onderwijsinstellingen, studenten of andere betrokkenen kunnen met instemming van het leerbedrijf een voordracht voor erkenning indienen.
2. De aanvraag heeft betrekking op één of meerdere kwalificaties of delen daarvan.
3. Een aanvraag wordt in behandeling genomen indien dit een eerste aanvraag betreft of indien er na ongunstige beoordeling van een eerdere aanvraag sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Wanneer er geen sprake is van nieuw gebleken feiten of omstandigheden dan wordt de herhaalde aanvraag afgewezen onder verwijzing naar het eerdere besluit.
Artikel 4
1. SBB verleent de erkenning indien naar haar oordeel aan de in artikel 5 genoemde voorwaarden is voldaan.
2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan SBB op grond van zwaarwegende redenen besluiten om de erkenning niet te verlenen.
3. Aan de beoordeling van de aanvraag is het bedrijf of de organisatie verplicht zijn medewerking te verlenen.
Artikel 5
Het bedrijf of de organisatie wordt geacht:
-
- een goede leerplaats en werkzaamheden binnen de eigen arbeidsorganisatie te bieden die behoren tot de werkprocessen van het beroep waarvoor de student wordt opgeleid. Voor iedere student is een relevante leerplaats in sociaal veilige omstandigheden beschikbaar2Voorwaardelijk voor de erkenning is dat de leerplaats aantoonbaar voldoet aan de wettelijke eisen voor veiligheid.;
-
- voldoende en deskundige begeleiding te bieden gericht op de student. Het leerbedrijf benoemt en faciliteert een deskundige praktijkopleider3De praktijkopleider wordt ook wel aangeduid als o.a. leermeester, werkbegeleider of stageopleider. De praktijkopleider kan bepaalde taken in goede afstemming ook delegeren aan een collega praktijkopleider of werkbegeleider met de juiste competenties. Ook in cluster van leerbedrijven of samenwerkingsverband. De eindverantwoordelijkheid voor de begeleiding en opleiding in de beroepspraktijk blijft bij de praktijkopleider.. Het profiel voor praktijkopleider wordt hierbij als maatstaf genomen (bijlage 1);
-
- bereid te zijn tot samenwerking met de onderwijsinstelling en SBB en verstrekt daartoe de benodigde informatie;
-
- akkoord te gaan met de vermelding van de bedrijfsgegevens in het openbare register leerbedrijven. Er kan sprake zijn van een onderbouwd verzoek tot uitzondering van vermelding in het openbaar register in het kader van de veiligheid van medewerkers van het leerbedrijf en/of de student. Hierbij worden de adresgegevens niet vermeld. De beoordeling om deze uitzondering toe te passen ligt bij SBB.
De eisen die aan een leerplaats en aan de begeleiding worden gesteld kunnen afhankelijk zijn van de bijzondere eisen per kwalificatie waarvoor de erkenning wordt verleend (bijlage 2).
Artikel 5a
1. Een collectief leerbedrijf is een samenwerking in het kader van opleiden van individuele leerbedrijven.
2. Het collectieve leerbedrijf voorziet in bpv-werkzaamheden op de eigen locatie wanneer individuele leerbedrijven aantoonbare belemmerde toegang bieden tot bpv-werkzaamheden onder invloed van wet- en regelgeving of veiligheid en/of wanneer bepaalde variatie in werkzaamheden onvoldoende voorkomt in de werkelijke beroepspraktijk van het individuele leerbedrijf.
3. Een collectief leerbedrijf moet voldoen aan de voorwaarden voor erkenning als leerbedrijf zoals vermeld in artikel 5 lid 1 tot en met lid 4 van het reglement erkenning leerbedrijven.
4. De erkenning van een collectief leerbedrijf mag niet leiden tot oneerlijke concurrentie met reguliere erkende leerbedrijven.
5. De leerbedrijven die gebruik maken van een collectief leerbedrijf hebben in alle gevallen de status van erkend leerbedrijf op basis van het reglement erkenning leerbedrijven.
Artikel 5b
1. Een erkend leerbedrijf voor het vmbo moet voldoen aan de voorwaarden voor erkenning als leerbedrijf zoals vermeld in artikel 5 lid 1 tot en met lid 4 van het reglement erkenning leerbedrijven.
2.
Aanvullend gelden voor het erkend leerbedrijf de voorwaarden van artikel 10b6 van de Wet op het voortgezet onderwijs, waaronder in ieder geval de volgende voorwaarden:
a. a. op de leerwerkplek kunnen door een onderwijsinstelling vastgestelde praktijkopdrachten worden uitgevoerd, waarbij elke praktijkopdracht als zodanig in één bedrijf of organisatie kan worden uitgevoerd. Het bedrijf of de organisatie is bereid om de vmbo-leerling de vereiste praktijkopdrachten te laten uitvoeren en het werk en het stageverslag te bespreken en te beoordelen; b. b. het productie- of dienstverleningsproces is technisch en organisatorisch voldoende gevarieerd en kan vmbo-leerlingen goed praktijkmateriaal bieden en hen gedegen opleiden; de leerwerkplek past binnen de dagelijkse bedrijfsvoering; c. c. Het bedrijf of de organisatie is geschikt voor de betrokken leeftijdsgroep, onder meer waar het gaat om de ruimte om te leren of fouten te maken, en de praktijkopleider kan de vmbo-leerling zowel werkinhoudelijk als pedagogisch-didactisch begeleiden.
Artikel 6
1. Uiterlijk tien werkdagen na dagtekening van het verzoek als bedoeld in artikel 3 lid 1 beslist SBB over de verlening van de erkenning en maakt dit aan het bedrijf of de organisatie bekend. Overschrijding van deze termijn is in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient in de beslissing te worden gemotiveerd.
2. De erkenning wordt verleend voor één of meerdere kwalificaties of delen daarvan.
3. De erkenning wordt verleend op vestigings- en/of afdelingsniveau.
4. Van de beslissing als bedoeld in het eerste lid wordt het bedrijf of de organisatie schriftelijk binnen 20 werkdagen na dagtekening van het verzoek tot erkenning in kennis gesteld. Indien de erkenning niet wordt verleend worden de redenen vermeld.
5. De erkenning is geldig voor een periode van 4 jaar. De erkenning vervalt van rechtswege als het leerbedrijf gedurende een aaneengesloten periode van vier jaar geen beroepspraktijkvorming heeft verzorgd.
Artikel 7
1. De verlenging van de erkenning kan door herbeoordeling van SBB binnen het verstrijken van de periode van 4 jaar
2. Van de beslissing over het verlengen wordt het leerbedrijf door SBB in kennis gesteld. Indien de verlenging geweigerd wordt, wordt het leerbedrijf schriftelijk onder opgave van redenen van deze beslissing op de hoogte gebracht.
3. SBB is bevoegd om tussentijds, voordat de in artikel 6 lid 5 bedoelde periode is verstreken, de erkenning te verlengen met een periode van 4 jaar. De periode van verlenging gaat in vanaf de dagtekening van het besluit tot verlenging.
Artikel 8
1.
SBB kan besluiten tot intrekking van de erkenning, indien naar haar oordeel:
a. a. niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3 en 5, die aan het besluit tot erkenning ten grondslag hebben gelegen; b. b. omstandigheden optreden waardoor de persoonlijke belangen van een student worden geschaad, waaronder in elk geval maar niet uitsluitend begrepen: omstandigheden waarbij sprake is van (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en/of geweld en omstandigheden waarbij arbeid -, gezondheid-, milieu- en veiligheidsrisico’s optreden. c. c. andere zwaar wegende omstandigheden optreden, waaronder in elk geval maar niet uitsluitend begrepen: maatregelen in het leerbedrijf door een toezichthoudende instantie4Toezichthoudende organisatie op het leerbedrijf, zoals de Inspectie SZW of milieudienst. op het leerbedrijf, waardoor de erkenning in redelijkheid niet kan worden gehandhaafd.
2. Van intrekking van de erkenning wordt het leerbedrijf schriftelijk onder opgave van redenen door SBB op de hoogte gebracht.
3. SBB heeft het recht om, wanneer zij het voornemen heeft om een besluit te nemen tot intrekking van de erkenning, in afwachting van de beoordeling en het definitieve besluit over de intrekking van de erkenning, de erkenning bij schriftelijk gemotiveerd besluit te schorsen.
Artikel 9
Het leerbedrijf ontvangt ondersteuning van SBB bij het vervullen van de rol als leerbedrijf. Ondersteuning is gericht op het verhogen van de kwaliteit van de leeromgeving en van het praktijkleren.
Artikel 10
Indien de erkenning geweigerd, geschorst, ingetrokken of niet verlengd wordt kan het bedrijf of de organisatie tegen de beslissing als bedoeld in de artikelen 6 lid 1, 7 lid 2 en 8 lid 1 binnen 6 weken na dagtekening van de beslissing bezwaar maken bij SBB. Op de bezwaarprocedure is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 11
In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist SBB.
Artikel 12
1. Dit reglement treedt in werking met ingang van 1 augustus 2019.
2. Met de inwerkingtreding van dit reglement wordt het Reglement erkenning leerbedrijven SBB van 11 juli 2018 ingetrokken.
3. Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement erkenning leerbedrijven SBB”.
Artikel 13
Wijzigingen in het reglement worden vastgesteld door het bestuur van SBB.
Bijlage 1. Model profiel praktijkopleider
De praktijkopleider werkt in een (leer)bedrijf dat door SBB is erkend. Hij leidt de student in de praktijk op. Hij is het aanspreekpunt voor de student en maakt hem wegwijs in de dagelijkse praktijk.
De praktijkopleider leidt de student op en organiseert zijn leeractiviteiten. Hij zorgt daarbij voor een zo goed mogelijke leeromgeving. De student krijgt een werkplek waar zoveel mogelijk (dagelijkse) praktijksituaties voorkomen die hij ook zal tegenkomen in het beroep waarvoor hij wordt opgeleid.
De praktijkopleider heeft een begeleidende en opleidende rol. Hij heeft aandacht voor de student en stuurt hem (bij) als dat nodig is. De praktijkopleider brengt vakkennis over en stimuleert de student om zich verantwoordelijk te voelen voor zijn leerproces en zijn functioneren als medewerker. Hij motiveert de student en stemt de begeleiding op hem af. Ook let de praktijkopleider op de concrete voortgang van het leerproces van de student.
De praktijkopleider zorgt voor een (sociaal) veilige leeromgeving voor de student. Hij zorgt dat de student instructie rondom veilig werken krijgt en uitvoert, zoals vastgelegd in de wettelijke eisen en Arbowetgeving over veiligheid.
Verantwoordelijkheidsgevoel, organisatietalent en het gevoel om met mensen te werken zijn onmisbaar voor een praktijkopleider. Naast het contact met de student onderhoudt de praktijkopleider contact met de bpv-begeleider (de begeleider van de student vanuit de opleiding/school) en de adviseur praktijkleren van SBB.
De adviseur praktijkleren van SBB adviseert de praktijkopleider over zijn rol tijdens de stageperiode. Verder is de adviseur praktijkleren klankbord voor de praktijkopleider als het gaat om de invulling van zijn rol. Ook helpt de adviseur praktijkleren de praktijkopleider bij het promoten van het opleiden in de praktijk en het stagebeleid in zijn bedrijf.
Bijlage 2. Sectorale aanvullingen erkenningsregeling leerbedrijven
Onderwijs en bedrijfsleven in de besturen van de kenniscentra hebben voor 1 augustus 2015 voor leerbedrijven sectorale aanvullingen vastgesteld. Deze aanvullende bepalingen zijn door het bestuur van SBB overgenomen bij de vaststelling van het erkenningsreglement voor leerbedrijven van SBB en geactualiseerd op 27 juni 2019. De volgende sectorale aanvullingen voor leerbedrijven zijn van toepassing per 1 augustus 2019:
Sectorale aanvullingen voor erkenning m.b.t. voldoende en deskundige begeleiding5SBB beheert de lijst met de relevante crebo’s per sectorale aanvulling
(Artikel 5. Lid 2.)
^1 SBB beheert de lijst met de relevante crebo’s per sectorale aanvulling
Sectorale aanvullingen m.b.t aanvullende (wettelijke) eisen
^1 SBB beheert de lijst met de relevante crebo’s per sectorale aanvulling