40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter. Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice. Verdeling per type: - 21.167 ministeriële regelingen - 4.605 ZBO-regelingen - 3.678 verdragen - 3.631 AMvB's - 3.179 wetten - 2.564 PBO-regelingen - 883 KB's - 591 circulaires - 150 beleidsregels - 118 rijkswetten 0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
35 KiB
| titel | bwb_id | type | status | datum_inwerkingtreding | bron | citeertitel |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rechtspositiebesluit WPO/WEC | BWBR0015136 | AMvB | geldend | 2003-05-27 | https://wetten.overheid.nl/BWBR0015136 | Rechtspositiebesluit WPO/WEC |
Rechtspositiebesluit WPO/WEC
Hoofdstuk 1. Regelen voor het openbaar onderwijs, tevens voorwaarden voor bekostiging voor het bijzonder onderwijs
Titel 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a. Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen; b. b. tijdelijke dienst: het dienstverband van bepaalde duur; c. c. vaste dienst: het dienstverband van onbepaalde duur; d. d. instelling:
1°.
een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
2°.
een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal onderwijs, zijnde een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra;
3°.
een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;
1°. 1°. een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs; 2°. 2°. een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal onderwijs, zijnde een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra; 3°. 3°. een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 69 van de Wet op de expertisecentra; e. e. betrokkene:
1°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 1°;
2°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 2°;
3°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 3°;
1°. 1°. een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 1°; 2°. 2°. een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 2°; 3°. 3°. een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 3°; f. f. bevoegd gezag:
1°.
ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 1° of 2° voor wat betreft:
–
een openbare of uit de openbare kas bekostigde school:
a.
het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen,
b.
het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan,
c.
de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld,
d.
de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen,
–
een bijzondere school: het schoolbestuur;
2°.
ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 3°: het bestuur;
1°. 1°. ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 1° of 2° voor wat betreft:
–
een openbare of uit de openbare kas bekostigde school:
a.
het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen,
b.
het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan,
c.
de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld,
d.
de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen,
–
een bijzondere school: het schoolbestuur;
– – een openbare of uit de openbare kas bekostigde school:
a.
het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen,
b.
het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan,
c.
de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld,
d.
de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen,
a. a. het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen, b. b. het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan, c. c. de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld, d. d. de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen, – – een bijzondere school: het schoolbestuur; 2°. 2°. ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 3°: het bestuur; g. g. werktijdfactor: het gedeelte van de normbetrekking waarvoor een personeelslid is benoemd, waarbij de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op vier cijfers achter de komma; h. h. inspectie: de inspectie van het onderwijs, belast met het toezicht op de desbetreffende instelling; i. i. normbetrekking: de betrekking of de betrekkingen waarvan de omvang op jaarbasis na aftrek van het verlof op grond van artikel 12 respectievelijk artikel 17, tweede lid, eerste volzin en na aftrek van het verlof op grond van artikel 33, gelijk is aan 1659 uren en waarbij de gemiddelde weektaak op jaarbasis gelijk is aan 36,86 uren; j. j. bezoldiging: de som van het salaris en de toelagen, genoemd in de artikelen 98, 115, 180, 181 en 273, tweede en derde lid, waarop de betrokkene ingevolge dit besluit aanspraak heeft; k. k. pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; l. l. pensioen: een pensioen als bedoeld in en vastgesteld bij of krachtens de Wet privatisering ABP; m. m. schooljaar: het administratieve schooljaar, zijnde het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli; n. n. benoeming of aanstelling: de benoeming in algemene dienst van een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs dan wel artikel 34, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra; o. o. akte van benoeming: de akte van benoeming bij het bijzonder onderwijs dan wel de akte van aanstelling bij het openbaar onderwijs, bedoeld in titel 2 van hoofdstuk 1; p. p. echtgeno(o)t(e): voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede begrepen de levenspartner met wie de betrokkene samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding, dan wel de persoon met wie een geregistreerd partnerschap is aangegaan, waarbij geldt dat tegelijkertijd slechts één persoon als levenspartner of geregistreerde partner kan worden aangemerkt en waarbij tevens geldt dat Onze Minister kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten; q. q. salarisschaal: de bij een functie horende schaal.
Artikel 2
Vervallen
Artikel 3
Vervallen
Artikel 4
Vervallen
Artikel 5
Vervallen
Artikel 6
Vervallen
Artikel 7
Vervallen
Titel 2. Akte van benoeming, verklaring omtrent het gedrag en sollicitatiecode
Artikel 8
Vervallen
Artikel 9
Vervallen
Artikel 10
Vervallen
Titel 3. Vakantieverlof en buitengewoon verlof
Paragraaf 1. Vakantieverlof onderwijsgevend personeel
Artikel 11
Vervallen
Artikel 12
Vervallen
Artikel 13
Vervallen
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Paragraaf 2. Vakantieverlof onderwijsondersteunend personeel
Artikel 16
Vervallen
Artikel 17
Vervallen
Artikel 18
Vervallen
Paragraaf 3. Buitengewoon verlof
Artikel 19
Vervallen
Artikel 20
Vervallen
Artikel 21
Vervallen
Artikel 22
Vervallen
Artikel 23
Vervallen
Artikel 24
Vervallen
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 27
Vervallen
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Artikel 30
Vervallen
Artikel 31
Vervallen
Artikel 31a
Vervallen
Artikel 31b
Vervallen
Artikel 31c
Vervallen
Paragraaf 4. Verlof in verband met arbeidsduurverkorting
Artikel 32
Vervallen
Artikel 33
Vervallen
Artikel 33a
Vervallen
Titel 4. Verlof wegens militaire dienst
Artikel 34
Vervallen
Artikel 35
Vervallen
Artikel 36
Vervallen
Artikel 37
Vervallen
Artikel 38
Vervallen
Artikel 39
Vervallen
Artikel 40
Vervallen
Titel 5. Rechten van nabestaanden bij overlijden
Artikel 41
Vervallen
Artikel 42
Vervallen
Artikel 43
Vervallen
Artikel 44
Vervallen
Artikel 45
Vervallen
Artikel 46
Vervallen
Artikel 47
Vervallen
Titel 6. Afvloeiingsregeling
Artikel 48
Vervallen
Artikel 49
Vervallen
Artikel 50
Vervallen
Titel 7. Verplaatsingskosten
Artikel 51
Vervallen
Artikel 52
Vervallen
Artikel 53
Vervallen
Artikel 54
Vervallen
Artikel 55
Vervallen
Artikel 56
Vervallen
Artikel 57
Vervallen
Artikel 58
Vervallen
Artikel 59
Vervallen
Artikel 60
Vervallen
Artikel 61
Vervallen
Artikel 62
Vervallen
Artikel 63
Vervallen
Artikel 64
Vervallen
Artikel 65
Vervallen
Artikel 66
Vervallen
Titel 8. Jubileumgratificatie
Artikel 67
Vervallen
Artikel 68
Vervallen
Artikel 69
Vervallen
Artikel 70
Vervallen
Artikel 71
Vervallen
Artikel 72
Vervallen
Artikel 73
Vervallen
Titel 9. Vakantie-uitkering
Artikel 74
Vervallen
Artikel 75
Vervallen
Artikel 76
Vervallen
Artikel 77
Vervallen
Titel 10. Studiefaciliteiten onderwijsondersteunend personeel
Artikel 78
Vervallen
Artikel 79
Vervallen
Artikel 80
Vervallen
Artikel 81
Vervallen
Artikel 82
Vervallen
Titel 11. Algemene bepalingen ten aanzien van formatie en salaris
Paragraaf 1. Bepalingen geldend voor alle instellingen
Artikel 83
Vervallen
Artikel 84
Vervallen
Artikel 85
Vervallen
Artikel 86
Vervallen
Artikel 87
Vervallen
Artikel 88
Vervallen
Artikel 89
Vervallen
Artikel 90
Vervallen
Artikel 91
Vervallen
Artikel 92
Vervallen
Artikel 93
Vervallen
Artikel 94
Vervallen
Artikel 95
Vervallen
Artikel 95a
Vervallen
Artikel 96
Vervallen
Artikel 97
Vervallen
Artikel 98
Vervallen
Artikel 99
Vervallen
Artikel 100
Vervallen
Artikel 101
Vervallen
Artikel 102
Vervallen
Artikel 103
Vervallen
Artikel 104
Vervallen
Artikel 105
Vervallen
Artikel 106
Vervallen
Artikel 107
Vervallen
Artikel 108
Vervallen
Artikel 108a
Vervallen
Paragraaf 2. Nadere bepalingen
Artikel 109
Vervallen
Artikel 110
Vervallen
Artikel 111
Vervallen
Artikel 112
Vervallen
Artikel 113
Vervallen
Artikel 114
Vervallen
Artikel 114a
Vervallen
Artikel 114b
Vervallen
Artikel 115
Vervallen
Artikel 116
Vervallen
Artikel 117
Vervallen
Artikel 118
Vervallen
Artikel 119
Vervallen
Artikel 120
Vervallen
Artikel 121
Vervallen
Titel 12. Salariëring en samenstelling directie
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 122
Vervallen
Artikel 123
Vervallen
Artikel 124
Vervallen
Artikel 125
Vervallen
Artikel 126
Vervallen
Artikel 127
Vervallen
Artikel 128
Vervallen
Artikel 129
Vervallen
Paragraaf 2. Instellingen voor basisonderwijs
Artikel 130
Vervallen
Artikel 131
Vervallen
Artikel 132
Vervallen
Artikel 133
Vervallen
Artikel 134
Vervallen
Artikel 135
Vervallen
Artikel 136
Vervallen
Artikel 137
Vervallen
Artikel 138
Vervallen
Artikel 139
Vervallen
Artikel 140
Vervallen
Artikel 141
Vervallen
Paragraaf 3. Instellingen voor speciaal onderwijs
Artikel 142
Vervallen
Artikel 143
Vervallen
Artikel 144
Vervallen
Artikel 145
Vervallen
Artikel 146
Vervallen
Artikel 147
Vervallen
Artikel 148
Vervallen
Artikel 149
Vervallen
Titel 13. Salariëring onderwijsgevend personeel
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 150
Vervallen
Artikel 151
Vervallen
Artikel 152
Vervallen
Artikel 153
Vervallen
Artikel 154
Vervallen
Artikel 155
Vervallen
Artikel 156
Vervallen
Paragraaf 2. Instellingen voor basisonderwijs en centrale diensten
Artikel 157
Vervallen
Artikel 158
Vervallen
Artikel 159
Vervallen
Artikel 160
Vervallen
Artikel 161
Vervallen
Artikel 162
Vervallen
Artikel 163
Vervallen
Paragraaf 3. Instellingen voor speciaal onderwijs
Artikel 164
Vervallen
Artikel 165
Vervallen
Artikel 166
Vervallen
Artikel 167
Vervallen
Artikel 168
Vervallen
Artikel 169
Vervallen
Artikel 170
Vervallen
Titel 14. Salariëring onderwijsondersteunend personeel
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 171
Vervallen
Artikel 172
Vervallen
Artikel 173
Vervallen
Artikel 174
Vervallen
Artikel 175
Vervallen
Artikel 176
Vervallen
Artikel 177
Vervallen
Artikel 178
Vervallen
Artikel 179
Vervallen
Artikel 180
Vervallen
Artikel 181
Vervallen
Artikel 182
Vervallen
Artikel 183
Vervallen
Artikel 184
Vervallen
Paragraaf 2. Normfuncties instellingen voor basisonderwijs, speciaal onderwijs en centrale diensten
Artikel 185
Vervallen
Artikel 186
Vervallen
Artikel 187
Vervallen
Paragraaf 3. Centrale dienst
Artikel 188
Vervallen
Titel 15. Bijzondere bepalingen voor de leraar in opleiding
Artikel 189
Vervallen
Artikel 190
Vervallen
Artikel 191
Vervallen
Artikel 192
Vervallen
Artikel 193
Vervallen
Artikel 194
Vervallen
Artikel 195
Vervallen
Artikel 196
Vervallen
Artikel 197
Vervallen
Titel 16. Bevordering arbeidsparticipatie ouderen
Artikel 198
Vervallen
Artikel 199
Vervallen
Artikel 200
Vervallen
Artikel 200a
Vervallen
Artikel 201
Vervallen
Artikel 202
Vervallen
Artikel 203
Vervallen
Artikel 204
Vervallen
Artikel 205
Vervallen
Artikel 206
Vervallen
Artikel 207
Vervallen
Artikel 207a
Vervallen
Hoofdstuk 2. Overige regelen voor het openbaar onderwijs
Titel 1. Aanstelling
Artikel 208
Vervallen
Artikel 209
Vervallen
Artikel 210
Vervallen
Artikel 211
Vervallen
Artikel 212
Vervallen
Artikel 213
Vervallen
Artikel 214
Vervallen
Titel 2. Schorsing als ordemaatregel
Artikel 215
Vervallen
Artikel 216
Vervallen
Artikel 217
Vervallen
Artikel 218
Vervallen
Artikel 219
Vervallen
Titel 3. Disciplinaire straffen of maatregelen
Artikel 220
Vervallen
Artikel 221
Vervallen
Artikel 222
Vervallen
Artikel 223
Vervallen
Artikel 224
Vervallen
Artikel 225
Vervallen
Titel 4. Beëindiging dienstverband
Artikel 226
Vervallen
Artikel 227
Vervallen
Artikel 228
Vervallen
Artikel 229
Vervallen
Artikel 230
Vervallen
Artikel 231
Vervallen
Artikel 232
Vervallen
Artikel 233
Vervallen
Artikel 234
Vervallen
Artikel 235
Vervallen
Hoofdstuk 3. Overige voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs: commissies van beroep
Artikel 236
In deze titel wordt onder commissie verstaan: de commissie van beroep, bedoeld in artikel 62, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel de commissie van beroep, bedoeld in artikel 65, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra.
Artikel 237
Een commissie wordt ingesteld door de besturen van de bijzondere instellingen waarover zij haar werkkring zal uitstrekken. De commissie deelt Onze Minister mee, welke instellingen bij haar zijn aangesloten.
Artikel 238
1. Met inachtneming van de in het tweede tot en met het zesde lid van dit artikel neergelegde voorschriften geschiedt de verkiezing van de commissie aan de hand van een door de besturen van de instellingen op te stellen verkiezingsregeling.
2.
De commissie bestaat uit 5 leden en 5 plaatsvervangende leden, waarvan 2 leden en 2 plaatsvervangende leden worden gekozen door de instellingsbesturen, en 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door het personeel van de bij de commissie aangesloten instellingen. De 2 leden gekozen door de instellingsbesturen en de 2 leden gekozen door het personeel van de instelling kiezen gezamenlijk het vijfde lid, tevens voorzitter, en zijn plaatsvervanger.
Bij staking van stemmen beslist het lot, desgewenst na herstemming, tenzij partijen een arbitraire oplossing aanvaarden.
3. Om de 3 jaar treedt één van de door de instellingsbesturen en één van de door het personeel gekozen leden en plaatsvervangende leden af volgens een door de commissie op te stellen rooster.
4. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden gekozen voor de tijd van 3 jaar.
5. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden zijn bij aftreden onmiddellijk herkiesbaar.
6. In een opengevallen plaats wordt binnen 6 weken voorzien.
Artikel 239
1.
Voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid en plaatsvervangend lid van een commissie kan niet zijn hij die:
a. a. zitting heeft in of in dienst is van het instellingsbestuur of het bestuur van een vereniging van instellingsbesturen, of deel uitmaakt van het personeel van een instelling waarover de commissie waarvan hij deel uitmaakt, haar werkkring uitstrekt; b. b. in dienst is van een vereniging van onderwijzend personeel dan wel zitting heeft in een bestuur van een vereniging als bedoeld in artikel 64 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 66 van de Wet op de expertisecentra, waarvan het lidmaatschap open staat voor personeel van instellingen waarvoor de commissie waarvan hij deel uitmaakt, is ingesteld; c. c. deel uitmaakt van de rijksinspectie.
2. Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter kan slechts zijn hij die de hoedanigheid van meester in de rechten heeft verkregen op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht aan een Nederlandse universiteit of hogeschool.
Artikel 240
1. Zodra hij verkozen is, geeft de voorzitter aan Onze Minister en aan de bij de commissie aangesloten instellingsbesturen onverwijld kennis van de samenstelling van de commissie, onder vermelding van zijn adres en eventuele andere gegevens die hij van belang acht.
2. Wijziging van deze gegevens deelt de voorzitter onverwijld eveneens mee.
Artikel 241
1. De commissie legt binnen 6 maanden na haar verkiezing de regeling van haar werkzaamheden vast in een huishoudelijk reglement en voorziet daarin in haar secretariaat.
2. De voorzitter brengt dit reglement, alsmede wijzigingen daarvan, ter kennis van Onze Minister en van de bij de commissie aangesloten instellingsbesturen.
Artikel 242
1. Het instellingsbestuur draagt er zorg voor, dat een kennisgeving van de samenstelling van de commissie waarbij de instelling is aangesloten en van het adres van de voorzitter, alsmede een exemplaar van het huishoudelijk reglement van de commissie steeds op een voor de betrokkene toegankelijke plaats in de instelling ter inzage beschikbaar zijn.
2. Deze kennisgeving en dit huishoudelijk reglement worden steeds onverwijld aangepast aan de wijzigingen, bedoeld in artikel 240, tweede lid, en artikel 241, tweede lid.
3. Stukken die moeten worden ingediend bij de voorzitter of de commissie, kunnen worden toegezonden aan het bekend gemaakte kantooradres van de secretaris.
Artikel 243
1.
De betrokkene kan in beroep komen tegen een door het instellingsbestuur genomen besluit inhoudende:
a. a. ontzegging van de toegang tot de instelling; b. b. oplegging van een straf; c. c. ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of het tijdvak waarvoor hij is benoemd, is verstreken; d. d. schorsing; e. e. het direct of indirect onthouden van promotie; f. f. de beslissing van het instellingsbestuur ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn opheffing van zijn betrekking kan plaatsvinden; g. g. de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; h. h. de aanwijzing als personeelslid boven de reguliere formatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift, die op termijn kan leiden tot ontslag of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband; i. i. de aanwijzing van een andere school of andere scholen waaraan een betrokkene werkzaamheden zal verrichten.
2. Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, de betrokkene voor het verstrijken van de beroepstermijn is overleden, kunnen in beroep komen zijn nagelaten betrekkingen die recht hebben op een uitkering bij overlijden.
3.
De appellant dient bij de voorzitter van de commissie een door hem of door zijn raadsman ondertekend beroepschrift in, waarbij wordt gevoegd:
a. a. een afschrift van het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld; b. b. een afschrift van de akte van benoeming; c. c. afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken.
4.
Het beroepschrift bevat:
a. a. een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de appellant en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure; b. b. een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de tegenpartij; c. c. een mededeling van de vordering en de gronden waarop deze berust.
5. Het beroepschrift moet worden ingediend bij de voorzitter van de commissie binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld, aan appellant is verzonden.
6. Indien het beroepschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de appellant op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit binnen 2 weken een hersteld beroepschrift in te zenden.
Artikel 244
1. Indien het geschil kennelijk bij een andere commissie moet worden aangebracht, deelt de voorzitter dit onverwijld bij aangetekende brief aan de appellant mee. Over andere gevallen van onbevoegdheid beslist de commissie.
2. Indien het beroepschrift na de daarvoor gestelde termijn is ingediend, laat de commissie niet-ontvankelijk verklaring op die grond achterwege, indien de appellant aantoont dat hij de voorziening in beroep heeft gevraagd zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
3. Tenzij de behandeling in het eerste en tweede lid er toe leidt het beroepschrift niet in behandeling te nemen, zendt de voorzitter onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift of hersteld beroepschrift een exemplaar daarvan, vergezeld van de in artikel 243, derde lid, genoemde afschriften, aan het betrokken instellingsbestuur.
Artikel 245
1. Binnen twee weken na ontvangst van het door de voorzitter van de commissie toegezonden beroepschrift en de daarbij behorende afschriften doet het instellingsbestuur de voorzitter een verweerschrift in drievoud toekomen. Bij elk exemplaar voegt het instellingsbestuur afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken. De voorzitter kan op tijdig verzoek van het instellingsbestuur de termijn voor verweer in uitzonderlijke gevallen verlengen tot een door hem te bepalen datum.
2. Na ontvangst van het verweerschrift zendt de voorzitter onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de appellant.
Artikel 246
1. De voorzitter bepaalt de dag en het uur waarop de zaak zal worden behandeld.
2. Die dag zal niet later mogen worden gesteld dan zes weken na ontvangst van het beroepschrift of het hersteld beroepschrift, tenzij de betrokkene zulks verzoekt wegens niet tijdige ontvangst. Overschrijding van deze termijn wordt alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient te worden gemotiveerd.
3. De voorzitter geeft binnen twee weken na ontvangst van het beroepschrift of van het hersteld beroepschrift aan beide partijen per aangetekende brief kennis van de plaats, de dag en het uur, waarop de zaak zal worden behandeld. Overschrijding van deze termijn is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient te worden gemotiveerd.
Artikel 247
Met eenstemmig goedvinden van de commissie en partijen kan de behandeling van het geschil ook schriftelijk geschieden.
Artikel 248
1.
Voor de aanvang van de behandeling van de zaak op de zitting kan op verzoek van een partij een lid van de commissie worden gewraakt:
a. a. indien hij persoonlijk belang bij het geschil heeft; b. b. indien hij aan de appellant, dan wel aan een van de leden van het bij de zaak betrokken instellingsbestuur in bloed- of aanverwantschap bestaat tot in de vierde graad ingesloten; c. c. indien hij een advies in de zaak heeft gegeven of met een van de partijen een bespreking erover heeft gevoerd; d. d. indien er een hoge graad van vijandschap of vriendschap bestaat tussen hem en een van de partijen; e. e. indien hij binnen een tijdvak van vijf jaren, voorafgaande aan de datum van ontvangst van het beroepschrift door de voorzitter, lid is geweest van het instellingsbestuur of in dienst van het bestuur is geweest; f. f. in andere gevallen waarin daartoe een ernstige reden aanwezig is.
2. In dezelfde gevallen kan een lid van de commissie zich verschonen.
3. Over de wraking of de verschoning wordt zo spoedig mogelijk beslist door de overige leden der commissie.
4. Bij staking van stemmen wordt de wraking geacht te zijn toegewezen.
Artikel 249
Indien de commissie zulks ter beslissing van de zaak nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij getuigen en deskundigen ter zitting horen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de voorzitter hiervan vooraf mededeling aan partijen.
Artikel 250
1. De zittingen van de commissie zijn openbaar.
2. Indien een partij daarom verzoekt, vindt de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaats.
3. In het belang van de openbare orde of zedelijkheid of om gewichtige in het proces-verbaal van de zitting te vermelden redenen, kan de commissie bepalen, dat de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren zal plaatshebben.
4.
Tijdens de zitting wordt aan partijen de gelegenheid gegeven:
a. a. haar belangen voor te dragen of te doen voordragen; b. b. getuigen en deskundigen te doen horen; c. c. kennis te nemen van alle op het geschil betrekking hebbende stukken, waarvan, voor zover mogelijk, ten minste 1 week voor de zitting aan partijen inzage wordt gegeven.
Artikel 251
1. Binnen 2 weken na de laatste zitting waarop de zaak is behandeld, beslist de commissie op het beroepschrift.
2. Deze dag zal niet later mogen worden gesteld dan 16 weken na de indiening van het beroepschrift of het hersteld beroepschrift. Overschrijding van deze termijn is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en wordt in de beslissing gemotiveerd.
3. De beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk genomen in een voltallige vergadering. Het is de leden van de commissie niet toegestaan de gevoelens die tijdens deze vergadering over het geschil zijn geuit, te openbaren.
4. Een beslissing is slechts van kracht, indien genomen door ten minste 3 leden die de zaak hebben behandeld, waaronder de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande dat van de leden of plaatsvervangende leden, gekozen door de besturen en door het personeel, een gelijk getal van beide zijden aan de beslissing zal deelnemen en dat bij ongelijk getal het jongste lid in leeftijd van de zijde die het sterkst is vertegenwoordigd, zich van de stemming zal onthouden. De overige leden onthouden zich niet van stemmen, noch stemmen zij blanco.
5. De beslissing wordt met redenen omkleed en door de voorzitter binnen 2 weken, nadat zij is genomen, bij aangetekend schrijven aan de partij toegezonden.
6. De voorzitter zendt een afschrift van de beslissing naar Onze Minister.
7. Het instellingsbestuur onderwerpt zich aan de uitspraak van de commissie.
Artikel 252
De kosten van de commissie komen ten laste van de bij haar aangesloten instellingsbesturen.
Artikel 252a
Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de commissies van beroep, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
Hoofdstuk 4. Georganiseerd overleg bij instellingen
Artikel 253
Vervallen
Artikel 254
Vervallen
Artikel 255
Vervallen
Artikel 256
Vervallen
Artikel 257
Vervallen
Artikel 258
Vervallen
Artikel 259
Vervallen
Artikel 260
Vervallen
Artikel 261
Vervallen
Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen, wijziging van andere besluiten, slotbepalingen en citeertitel
Titel 1. Algemeen overgangsrecht salarissen
Artikel 262
Vervallen
Artikel 262a
Vervallen
Artikel 263
Vervallen
Artikel 264
Vervallen
Titel 2. Overgangsrecht directies
Paragraaf 1. Algemene bepalingen overgangsrecht directies
Artikel 265
Vervallen
Paragraaf 2. Overgangsrecht directies basisonderwijs
Artikel
Vervallen
Artikel
Vervallen
Paragraaf 3. Overgangsrecht directies speciaal onderwijs
Artikel
Vervallen
Artikel
Vervallen
Paragraaf 4. Overgangsrecht directies speciale scholen voor basisonderwijs en afdelingen van speciale scholen voor basisonderwijs
Artikel 270
Vervallen
Artikel 271
Vervallen
Titel 3. Overgangsrecht onderwijsgevend personeel
Paragraaf 1. Algemene bepalingen overgangsrecht
Artikel 272
Vervallen
Artikel 273
Vervallen
Artikel 274
Vervallen
Paragraaf 2. Overgangsrecht leraren basisonderwijs
Artikel 275
Vervallen
Paragraaf 3. Overgangsrecht leraren aan scholen als bedoeld in de
Artikel 276
Vervallen
Paragraaf 4. Overgangsrecht leraren speciale scholen voor basisonderwijs
Artikel 277
Vervallen
Titel 4. Overgangsrecht formatie en salariëring onderwijsondersteunend en beheerspersoneel
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 278
Vervallen
Artikel 279
Vervallen
Paragraaf 2. Instellingen voor basisonderwijs
Artikel 280
Vervallen
Paragraaf 3. Scholen als bedoeld in de
Artikel 281
Vervallen
Paragraaf 4. Speciale scholen voor basisonderwijs
Artikel 282
Vervallen
Titel 5. Wijziging van andere besluiten
Artikel 283
Vervallen
Artikel 284
Vervallen
Artikel 285
Vervallen
Artikel 286
Vervallen
Artikel 287
Vervallen
Artikel 288
Vervallen
Artikel 289
Vervallen
Artikel 290
Vervallen
Artikel 291
Vervallen
Artikel 292
Vervallen
Artikel 293
Vervallen
Artikel 294
Vervallen
Titel 6. Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
Artikel 295
Vervallen
Artikel 295a
Vervallen
Artikel 296
Vervallen
Artikel 297
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit WPO/WEC.
Bijlage 1A. Salarisschalen met salarisnummers en maandbedragen in euro’s bij een normbetrekking
Vervallen
Bijlage 1B. Maximumsalarisbedragen als bedoeld in
Vervallen
Bijlage 1C. Maandsalaris voor de salarisvaststelling van de functie leraar in opleiding (LIO) als bedoeld in
Vervallen
Bijlage 1D. Herleidingtabellen bedoeld in
Vervallen
Bijlage 1F. Bevattende aanlooptraject voor functies in het kader van de Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995, bedoeld in
Vervallen
Bijlage 1G. Maandsalaris voor de salarisvaststelling van de functie leraar in opleiding (LIO)
Vervallen
Bijlage 1H. Tabellen waarmee het laatstgenoten salaris wordt vastgesteld voor betrokkenen die voor 1-1-00 voor het laatst in het primair onderwijs werkzaam zijn geweest. Zie voor meer informatie publicatie PO/PJ-15 363 (Salarisvaststelling herintreders) van 29 mei 1998, gepubliceerd in Gele katern van Uitleg nr. 15
Vervallen
Bijlage 2. Toelagen, kortingen
Vervallen
Bijlage 3. Tegemoetkoming verhuiskosten en andere bedragen bedoeld in de
Vervallen
Bijlage 4. Overzicht tegemoetkoming reiskosten per maand in euro’s, bedoeld in de
Vervallen
Bijlage 5. Percentages wegens genot van verstrekkingen aangevuld met maximum inhoudingsbedragen, bedoeld in
Vervallen
Bijlage 12-1. bij
Vervallen
Bijlage 12-2. bij
Vervallen
Bijlage 13-1. bij
Vervallen
Bijlage 13-2. bij
Vervallen
Bijlage 14-1. bij
Vervallen