rijk/amvb/rechtspositiebesluit-wpowec/BWBR0015136/README.md
Coornhert feee871c31 feat: volledige Nederlandse rijksregelgeving als Markdown
40.566 regelingen geparsed van BWB XML naar Markdown + YAML frontmatter.
Bron: repository.officiele-overheidspublicaties.nl via SRU zoekservice.

Verdeling per type:
- 21.167 ministeriële regelingen
-  4.605 ZBO-regelingen
-  3.678 verdragen
-  3.631 AMvB's
-  3.179 wetten
-  2.564 PBO-regelingen
-    883 KB's
-    591 circulaires
-    150 beleidsregels
-    118 rijkswetten

0 parse failures. 110.531 SRU records verwerkt.
2026-03-30 06:27:40 +02:00

1736 lines
35 KiB
Markdown
Raw Permalink Blame History

This file contains invisible Unicode characters

This file contains invisible Unicode characters that are indistinguishable to humans but may be processed differently by a computer. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

This file contains Unicode characters that might be confused with other characters. If you think that this is intentional, you can safely ignore this warning. Use the Escape button to reveal them.

---
titel: Rechtspositiebesluit WPO/WEC
bwb_id: BWBR0015136
type: AMvB
status: geldend
datum_inwerkingtreding: '2003-05-27'
bron: https://wetten.overheid.nl/BWBR0015136
citeertitel: Rechtspositiebesluit WPO/WEC
---
# Rechtspositiebesluit WPO/WEC
## Hoofdstuk 1. Regelen voor het openbaar onderwijs, tevens voorwaarden voor bekostiging voor het bijzonder onderwijs
### Titel 1. Algemene bepalingen
### Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. a.
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
b. b.
tijdelijke dienst: het dienstverband van bepaalde duur;
c. c.
vaste dienst: het dienstverband van onbepaalde duur;
d. d.
instelling:
1°.
een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
2°.
een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal onderwijs, zijnde een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra;
3°.
een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;
1°. 1°.
een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere basisschool of speciale school voor basisonderwijs in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
2°. 2°.
een openbare of uit de openbare kas bekostigde bijzondere instelling voor speciaal onderwijs, zijnde een school voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs dan wel speciaal en voortgezet speciaal onderwijs in de zin van de Wet op de expertisecentra;
3°. 3°.
een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 69 van de Wet op de expertisecentra;
e. e.
betrokkene:
1°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 1°;
2°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 2°;
3°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 3°;
1°. 1°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 1°;
2°. 2°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 2°;
3°. 3°.
een lid van het personeel dat door een bevoegd gezag is benoemd ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden aan door het bevoegd gezag in stand gehouden instellingen als bedoeld in onderdeel d, onder 3°;
f. f.
bevoegd gezag:
1°.
ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 1° of 2° voor wat betreft:
een openbare of uit de openbare kas bekostigde school:
a.
het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen,
b.
het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan,
c.
de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld,
d.
de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen,
een bijzondere school: het schoolbestuur;
2°.
ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 3°: het bestuur;
1°. 1°.
ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 1° of 2° voor wat betreft:
een openbare of uit de openbare kas bekostigde school:
a.
het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen,
b.
het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan,
c.
de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld,
d.
de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen,
een bijzondere school: het schoolbestuur;
een openbare of uit de openbare kas bekostigde school:
a.
het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen,
b.
het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan,
c.
de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld,
d.
de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen,
a. a.
het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit besluit, met inachtneming van door hem te stellen regelen,
b. b.
het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan,
c. c.
de openbare rechtspersoon, bij verordening door een of meer gemeenteraden ingesteld,
d. d.
de stichting, opgericht tot instandhouding van een of meer openbare en een of meer bijzondere scholen,
een bijzondere school: het schoolbestuur;
2°. 2°.
ten aanzien van de instellingen genoemd in onderdeel d, onder 3°: het bestuur;
g. g.
werktijdfactor: het gedeelte van de normbetrekking waarvoor een personeelslid is benoemd, waarbij de uitkomst rekenkundig wordt afgerond op vier cijfers achter de komma;
h. h.
inspectie: de inspectie van het onderwijs, belast met het toezicht op de desbetreffende instelling;
i. i.
normbetrekking: de betrekking of de betrekkingen waarvan de omvang op jaarbasis na aftrek van het verlof op grond van artikel 12 respectievelijk artikel 17, tweede lid, eerste volzin en na aftrek van het verlof op grond van artikel 33, gelijk is aan 1659 uren en waarbij de gemiddelde weektaak op jaarbasis gelijk is aan 36,86 uren;
j. j.
bezoldiging: de som van het salaris en de toelagen, genoemd in de artikelen 98, 115, 180, 181 en 273, tweede en derde lid, waarop de betrokkene ingevolge dit besluit aanspraak heeft;
k. k.
pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
l. l.
pensioen: een pensioen als bedoeld in en vastgesteld bij of krachtens de Wet privatisering ABP;
m. m.
schooljaar: het administratieve schooljaar, zijnde het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli;
n. n.
benoeming of aanstelling: de benoeming in algemene dienst van een bevoegd gezag, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs dan wel artikel 34, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra;
o. o.
akte van benoeming: de akte van benoeming bij het bijzonder onderwijs dan wel de akte van aanstelling bij het openbaar onderwijs, bedoeld in titel 2 van hoofdstuk 1;
p. p.
echtgeno(o)t(e): voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede begrepen de levenspartner met wie de betrokkene samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding, dan wel de persoon met wie een geregistreerd partnerschap is aangegaan, waarbij geldt dat tegelijkertijd slechts één persoon als levenspartner of geregistreerde partner kan worden aangemerkt en waarbij tevens geldt dat Onze Minister kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten;
q. q.
salarisschaal: de bij een functie horende schaal.
### Artikel 2
Vervallen
### Artikel 3
Vervallen
### Artikel 4
Vervallen
### Artikel 5
Vervallen
### Artikel 6
Vervallen
### Artikel 7
Vervallen
### Titel 2. Akte van benoeming, verklaring omtrent het gedrag en sollicitatiecode
### Artikel 8
Vervallen
### Artikel 9
Vervallen
### Artikel 10
Vervallen
### Titel 3. Vakantieverlof en buitengewoon verlof
#### Paragraaf 1. Vakantieverlof onderwijsgevend personeel
### Artikel 11
Vervallen
### Artikel 12
Vervallen
### Artikel 13
Vervallen
### Artikel 14
Vervallen
### Artikel 15
Vervallen
#### Paragraaf 2. Vakantieverlof onderwijsondersteunend personeel
### Artikel 16
Vervallen
### Artikel 17
Vervallen
### Artikel 18
Vervallen
#### Paragraaf 3. Buitengewoon verlof
### Artikel 19
Vervallen
### Artikel 20
Vervallen
### Artikel 21
Vervallen
### Artikel 22
Vervallen
### Artikel 23
Vervallen
### Artikel 24
Vervallen
### Artikel 25
Vervallen
### Artikel 26
Vervallen
### Artikel 27
Vervallen
### Artikel 28
Vervallen
### Artikel 29
Vervallen
### Artikel 30
Vervallen
### Artikel 31
Vervallen
### Artikel 31a
Vervallen
### Artikel 31b
Vervallen
### Artikel 31c
Vervallen
#### Paragraaf 4. Verlof in verband met arbeidsduurverkorting
### Artikel 32
Vervallen
### Artikel 33
Vervallen
### Artikel 33a
Vervallen
### Titel 4. Verlof wegens militaire dienst
### Artikel 34
Vervallen
### Artikel 35
Vervallen
### Artikel 36
Vervallen
### Artikel 37
Vervallen
### Artikel 38
Vervallen
### Artikel 39
Vervallen
### Artikel 40
Vervallen
### Titel 5. Rechten van nabestaanden bij overlijden
### Artikel 41
Vervallen
### Artikel 42
Vervallen
### Artikel 43
Vervallen
### Artikel 44
Vervallen
### Artikel 45
Vervallen
### Artikel 46
Vervallen
### Artikel 47
Vervallen
### Titel 6. Afvloeiingsregeling
### Artikel 48
Vervallen
### Artikel 49
Vervallen
### Artikel 50
Vervallen
### Titel 7. Verplaatsingskosten
### Artikel 51
Vervallen
### Artikel 52
Vervallen
### Artikel 53
Vervallen
### Artikel 54
Vervallen
### Artikel 55
Vervallen
### Artikel 56
Vervallen
### Artikel 57
Vervallen
### Artikel 58
Vervallen
### Artikel 59
Vervallen
### Artikel 60
Vervallen
### Artikel 61
Vervallen
### Artikel 62
Vervallen
### Artikel 63
Vervallen
### Artikel 64
Vervallen
### Artikel 65
Vervallen
### Artikel 66
Vervallen
### Titel 8. Jubileumgratificatie
### Artikel 67
Vervallen
### Artikel 68
Vervallen
### Artikel 69
Vervallen
### Artikel 70
Vervallen
### Artikel 71
Vervallen
### Artikel 72
Vervallen
### Artikel 73
Vervallen
### Titel 9. Vakantie-uitkering
### Artikel 74
Vervallen
### Artikel 75
Vervallen
### Artikel 76
Vervallen
### Artikel 77
Vervallen
### Titel 10. Studiefaciliteiten onderwijsondersteunend personeel
### Artikel 78
Vervallen
### Artikel 79
Vervallen
### Artikel 80
Vervallen
### Artikel 81
Vervallen
### Artikel 82
Vervallen
### Titel 11. Algemene bepalingen ten aanzien van formatie en salaris
#### Paragraaf 1. Bepalingen geldend voor alle instellingen
### Artikel 83
Vervallen
### Artikel 84
Vervallen
### Artikel 85
Vervallen
### Artikel 86
Vervallen
### Artikel 87
Vervallen
### Artikel 88
Vervallen
### Artikel 89
Vervallen
### Artikel 90
Vervallen
### Artikel 91
Vervallen
### Artikel 92
Vervallen
### Artikel 93
Vervallen
### Artikel 94
Vervallen
### Artikel 95
Vervallen
### Artikel 95a
Vervallen
### Artikel 96
Vervallen
### Artikel 97
Vervallen
### Artikel 98
Vervallen
### Artikel 99
Vervallen
### Artikel 100
Vervallen
### Artikel 101
Vervallen
### Artikel 102
Vervallen
### Artikel 103
Vervallen
### Artikel 104
Vervallen
### Artikel 105
Vervallen
### Artikel 106
Vervallen
### Artikel 107
Vervallen
### Artikel 108
Vervallen
### Artikel 108a
Vervallen
#### Paragraaf 2. Nadere bepalingen
### Artikel 109
Vervallen
### Artikel 110
Vervallen
### Artikel 111
Vervallen
### Artikel 112
Vervallen
### Artikel 113
Vervallen
### Artikel 114
Vervallen
### Artikel 114a
Vervallen
### Artikel 114b
Vervallen
### Artikel 115
Vervallen
### Artikel 116
Vervallen
### Artikel 117
Vervallen
### Artikel 118
Vervallen
### Artikel 119
Vervallen
### Artikel 120
Vervallen
### Artikel 121
Vervallen
### Titel 12. Salariëring en samenstelling directie
#### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 122
Vervallen
### Artikel 123
Vervallen
### Artikel 124
Vervallen
### Artikel 125
Vervallen
### Artikel 126
Vervallen
### Artikel 127
Vervallen
### Artikel 128
Vervallen
### Artikel 129
Vervallen
#### Paragraaf 2. Instellingen voor basisonderwijs
### Artikel 130
Vervallen
### Artikel 131
Vervallen
### Artikel 132
Vervallen
### Artikel 133
Vervallen
### Artikel 134
Vervallen
### Artikel 135
Vervallen
### Artikel 136
Vervallen
### Artikel 137
Vervallen
### Artikel 138
Vervallen
### Artikel 139
Vervallen
### Artikel 140
Vervallen
### Artikel 141
Vervallen
#### Paragraaf 3. Instellingen voor speciaal onderwijs
### Artikel 142
Vervallen
### Artikel 143
Vervallen
### Artikel 144
Vervallen
### Artikel 145
Vervallen
### Artikel 146
Vervallen
### Artikel 147
Vervallen
### Artikel 148
Vervallen
### Artikel 149
Vervallen
### Titel 13. Salariëring onderwijsgevend personeel
#### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 150
Vervallen
### Artikel 151
Vervallen
### Artikel 152
Vervallen
### Artikel 153
Vervallen
### Artikel 154
Vervallen
### Artikel 155
Vervallen
### Artikel 156
Vervallen
#### Paragraaf 2. Instellingen voor basisonderwijs en centrale diensten
### Artikel 157
Vervallen
### Artikel 158
Vervallen
### Artikel 159
Vervallen
### Artikel 160
Vervallen
### Artikel 161
Vervallen
### Artikel 162
Vervallen
### Artikel 163
Vervallen
#### Paragraaf 3. Instellingen voor speciaal onderwijs
### Artikel 164
Vervallen
### Artikel 165
Vervallen
### Artikel 166
Vervallen
### Artikel 167
Vervallen
### Artikel 168
Vervallen
### Artikel 169
Vervallen
### Artikel 170
Vervallen
### Titel 14. Salariëring onderwijsondersteunend personeel
#### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 171
Vervallen
### Artikel 172
Vervallen
### Artikel 173
Vervallen
### Artikel 174
Vervallen
### Artikel 175
Vervallen
### Artikel 176
Vervallen
### Artikel 177
Vervallen
### Artikel 178
Vervallen
### Artikel 179
Vervallen
### Artikel 180
Vervallen
### Artikel 181
Vervallen
### Artikel 182
Vervallen
### Artikel 183
Vervallen
### Artikel 184
Vervallen
#### Paragraaf 2. Normfuncties instellingen voor basisonderwijs, speciaal onderwijs en centrale diensten
### Artikel 185
Vervallen
### Artikel 186
Vervallen
### Artikel 187
Vervallen
#### Paragraaf 3. Centrale dienst
### Artikel 188
Vervallen
### Titel 15. Bijzondere bepalingen voor de leraar in opleiding
### Artikel 189
Vervallen
### Artikel 190
Vervallen
### Artikel 191
Vervallen
### Artikel 192
Vervallen
### Artikel 193
Vervallen
### Artikel 194
Vervallen
### Artikel 195
Vervallen
### Artikel 196
Vervallen
### Artikel 197
Vervallen
### Titel 16. Bevordering arbeidsparticipatie ouderen
### Artikel 198
Vervallen
### Artikel 199
Vervallen
### Artikel 200
Vervallen
### Artikel 200a
Vervallen
### Artikel 201
Vervallen
### Artikel 202
Vervallen
### Artikel 203
Vervallen
### Artikel 204
Vervallen
### Artikel 205
Vervallen
### Artikel 206
Vervallen
### Artikel 207
Vervallen
### Artikel 207a
Vervallen
## Hoofdstuk 2. Overige regelen voor het openbaar onderwijs
### Titel 1. Aanstelling
### Artikel 208
Vervallen
### Artikel 209
Vervallen
### Artikel 210
Vervallen
### Artikel 211
Vervallen
### Artikel 212
Vervallen
### Artikel 213
Vervallen
### Artikel 214
Vervallen
### Titel 2. Schorsing als ordemaatregel
### Artikel 215
Vervallen
### Artikel 216
Vervallen
### Artikel 217
Vervallen
### Artikel 218
Vervallen
### Artikel 219
Vervallen
### Titel 3. Disciplinaire straffen of maatregelen
### Artikel 220
Vervallen
### Artikel 221
Vervallen
### Artikel 222
Vervallen
### Artikel 223
Vervallen
### Artikel 224
Vervallen
### Artikel 225
Vervallen
### Titel 4. Beëindiging dienstverband
### Artikel 226
Vervallen
### Artikel 227
Vervallen
### Artikel 228
Vervallen
### Artikel 229
Vervallen
### Artikel 230
Vervallen
### Artikel 231
Vervallen
### Artikel 232
Vervallen
### Artikel 233
Vervallen
### Artikel 234
Vervallen
### Artikel 235
Vervallen
## Hoofdstuk 3. Overige voorwaarden voor bekostiging van het bijzonder onderwijs: commissies van beroep
### Artikel 236
In deze titel wordt onder commissie verstaan: de commissie van beroep, bedoeld in artikel 62, vijfde lid, van de Wet op het primair onderwijs, dan wel de commissie van beroep, bedoeld in artikel 65, vijfde lid, van de Wet op de expertisecentra.
### Artikel 237
Een commissie wordt ingesteld door de besturen van de bijzondere instellingen waarover zij haar werkkring zal uitstrekken. De commissie deelt Onze Minister mee, welke instellingen bij haar zijn aangesloten.
### Artikel 238
**1.** Met inachtneming van de in het tweede tot en met het zesde lid van dit artikel neergelegde voorschriften geschiedt de verkiezing van de commissie aan de hand van een door de besturen van de instellingen op te stellen verkiezingsregeling.
**2.**
De commissie bestaat uit 5 leden en 5 plaatsvervangende leden, waarvan 2 leden en 2 plaatsvervangende leden worden gekozen door de instellingsbesturen, en 2 leden en 2 plaatsvervangende leden door het personeel van de bij de commissie aangesloten instellingen. De 2 leden gekozen door de instellingsbesturen en de 2 leden gekozen door het personeel van de instelling kiezen gezamenlijk het vijfde lid, tevens voorzitter, en zijn plaatsvervanger.
Bij staking van stemmen beslist het lot, desgewenst na herstemming, tenzij partijen een arbitraire oplossing aanvaarden.
**3.** Om de 3 jaar treedt één van de door de instellingsbesturen en één van de door het personeel gekozen leden en plaatsvervangende leden af volgens een door de commissie op te stellen rooster.
**4.** De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden gekozen voor de tijd van 3 jaar.
**5.** De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden en plaatsvervangende leden zijn bij aftreden onmiddellijk herkiesbaar.
**6.** In een opengevallen plaats wordt binnen 6 weken voorzien.
### Artikel 239
**1.**
Voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid en plaatsvervangend lid van een commissie kan niet zijn hij die:
a. a.
zitting heeft in of in dienst is van het instellingsbestuur of het bestuur van een vereniging van instellingsbesturen, of deel uitmaakt van het personeel van een instelling waarover de commissie waarvan hij deel uitmaakt, haar werkkring uitstrekt;
b. b.
in dienst is van een vereniging van onderwijzend personeel dan wel zitting heeft in een bestuur van een vereniging als bedoeld in artikel 64 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 66 van de Wet op de expertisecentra, waarvan het lidmaatschap open staat voor personeel van instellingen waarvoor de commissie waarvan hij deel uitmaakt, is ingesteld;
c. c.
deel uitmaakt van de rijksinspectie.
**2.** Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter kan slechts zijn hij die de hoedanigheid van meester in de rechten heeft verkregen op grond van een met goed gevolg afgelegd doctoraal examen in het Nederlands recht aan een Nederlandse universiteit of hogeschool.
### Artikel 240
**1.** Zodra hij verkozen is, geeft de voorzitter aan Onze Minister en aan de bij de commissie aangesloten instellingsbesturen onverwijld kennis van de samenstelling van de commissie, onder vermelding van zijn adres en eventuele andere gegevens die hij van belang acht.
**2.** Wijziging van deze gegevens deelt de voorzitter onverwijld eveneens mee.
### Artikel 241
**1.** De commissie legt binnen 6 maanden na haar verkiezing de regeling van haar werkzaamheden vast in een huishoudelijk reglement en voorziet daarin in haar secretariaat.
**2.** De voorzitter brengt dit reglement, alsmede wijzigingen daarvan, ter kennis van Onze Minister en van de bij de commissie aangesloten instellingsbesturen.
### Artikel 242
**1.** Het instellingsbestuur draagt er zorg voor, dat een kennisgeving van de samenstelling van de commissie waarbij de instelling is aangesloten en van het adres van de voorzitter, alsmede een exemplaar van het huishoudelijk reglement van de commissie steeds op een voor de betrokkene toegankelijke plaats in de instelling ter inzage beschikbaar zijn.
**2.** Deze kennisgeving en dit huishoudelijk reglement worden steeds onverwijld aangepast aan de wijzigingen, bedoeld in artikel 240, tweede lid, en artikel 241, tweede lid.
**3.** Stukken die moeten worden ingediend bij de voorzitter of de commissie, kunnen worden toegezonden aan het bekend gemaakte kantooradres van de secretaris.
### Artikel 243
**1.**
De betrokkene kan in beroep komen tegen een door het instellingsbestuur genomen besluit inhoudende:
a. a.
ontzegging van de toegang tot de instelling;
b. b.
oplegging van een straf;
c. c.
ontslag anders dan op eigen verzoek, voordat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, of het tijdvak waarvoor hij is benoemd, is verstreken;
d. d.
schorsing;
e. e.
het direct of indirect onthouden van promotie;
f. f.
de beslissing van het instellingsbestuur ten aanzien van een personeelslid op basis waarvan op termijn opheffing van zijn betrekking kan plaatsvinden;
g. g.
de beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband;
h. h.
de aanwijzing als personeelslid boven de reguliere formatie voortvloeiend uit een algemeen verbindend voorschrift, die op termijn kan leiden tot ontslag of beëindiging van een verlengd tijdelijk dienstverband;
i. i.
de aanwijzing van een andere school of andere scholen waaraan een betrokkene werkzaamheden zal verrichten.
**2.** Indien in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, de betrokkene voor het verstrijken van de beroepstermijn is overleden, kunnen in beroep komen zijn nagelaten betrekkingen die recht hebben op een uitkering bij overlijden.
**3.**
De appellant dient bij de voorzitter van de commissie een door hem of door zijn raadsman ondertekend beroepschrift in, waarbij wordt gevoegd:
a. a.
een afschrift van het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld;
b. b.
een afschrift van de akte van benoeming;
c. c.
afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken.
**4.**
Het beroepschrift bevat:
a. a.
een opgave van de naam, de voornamen en het adres van de appellant en zo nodig de gekozen woonplaats ten aanzien van de procedure;
b. b.
een zo volledig mogelijke aanduiding van de naam en het adres van de tegenpartij;
c. c.
een mededeling van de vordering en de gronden waarop deze berust.
**5.** Het beroepschrift moet worden ingediend bij de voorzitter van de commissie binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na die waarop het bestuursbesluit waartegen het beroep wordt ingesteld, aan appellant is verzonden.
**6.** Indien het beroepschrift niet voldoet aan de eisen gesteld in het tweede en derde lid van dit artikel, wijst de voorzitter de appellant op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit binnen 2 weken een hersteld beroepschrift in te zenden.
### Artikel 244
**1.** Indien het geschil kennelijk bij een andere commissie moet worden aangebracht, deelt de voorzitter dit onverwijld bij aangetekende brief aan de appellant mee. Over andere gevallen van onbevoegdheid beslist de commissie.
**2.** Indien het beroepschrift na de daarvoor gestelde termijn is ingediend, laat de commissie niet-ontvankelijk verklaring op die grond achterwege, indien de appellant aantoont dat hij de voorziening in beroep heeft gevraagd zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
**3.** Tenzij de behandeling in het eerste en tweede lid er toe leidt het beroepschrift niet in behandeling te nemen, zendt de voorzitter onmiddellijk na ontvangst van het beroepschrift of hersteld beroepschrift een exemplaar daarvan, vergezeld van de in artikel 243, derde lid, genoemde afschriften, aan het betrokken instellingsbestuur.
### Artikel 245
**1.** Binnen twee weken na ontvangst van het door de voorzitter van de commissie toegezonden beroepschrift en de daarbij behorende afschriften doet het instellingsbestuur de voorzitter een verweerschrift in drievoud toekomen. Bij elk exemplaar voegt het instellingsbestuur afschriften van de voornaamste op de zaak betrekking hebbende stukken. De voorzitter kan op tijdig verzoek van het instellingsbestuur de termijn voor verweer in uitzonderlijke gevallen verlengen tot een door hem te bepalen datum.
**2.** Na ontvangst van het verweerschrift zendt de voorzitter onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de daarbij behorende afschriften, aan de appellant.
### Artikel 246
**1.** De voorzitter bepaalt de dag en het uur waarop de zaak zal worden behandeld.
**2.** Die dag zal niet later mogen worden gesteld dan zes weken na ontvangst van het beroepschrift of het hersteld beroepschrift, tenzij de betrokkene zulks verzoekt wegens niet tijdige ontvangst. Overschrijding van deze termijn wordt alleen in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient te worden gemotiveerd.
**3.** De voorzitter geeft binnen twee weken na ontvangst van het beroepschrift of van het hersteld beroepschrift aan beide partijen per aangetekende brief kennis van de plaats, de dag en het uur, waarop de zaak zal worden behandeld. Overschrijding van deze termijn is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en dient te worden gemotiveerd.
### Artikel 247
Met eenstemmig goedvinden van de commissie en partijen kan de behandeling van het geschil ook schriftelijk geschieden.
### Artikel 248
**1.**
Voor de aanvang van de behandeling van de zaak op de zitting kan op verzoek van een partij een lid van de commissie worden gewraakt:
a. a.
indien hij persoonlijk belang bij het geschil heeft;
b. b.
indien hij aan de appellant, dan wel aan een van de leden van het bij de zaak betrokken instellingsbestuur in bloed- of aanverwantschap bestaat tot in de vierde graad ingesloten;
c. c.
indien hij een advies in de zaak heeft gegeven of met een van de partijen een bespreking erover heeft gevoerd;
d. d.
indien er een hoge graad van vijandschap of vriendschap bestaat tussen hem en een van de partijen;
e. e.
indien hij binnen een tijdvak van vijf jaren, voorafgaande aan de datum van ontvangst van het beroepschrift door de voorzitter, lid is geweest van het instellingsbestuur of in dienst van het bestuur is geweest;
f. f.
in andere gevallen waarin daartoe een ernstige reden aanwezig is.
**2.** In dezelfde gevallen kan een lid van de commissie zich verschonen.
**3.** Over de wraking of de verschoning wordt zo spoedig mogelijk beslist door de overige leden der commissie.
**4.** Bij staking van stemmen wordt de wraking geacht te zijn toegewezen.
### Artikel 249
Indien de commissie zulks ter beslissing van de zaak nodig acht, kan zij al dan niet op grond van een daartoe strekkend verzoek van een partij getuigen en deskundigen ter zitting horen. Indien zij van deze bevoegdheid gebruik maakt, doet de voorzitter hiervan vooraf mededeling aan partijen.
### Artikel 250
**1.** De zittingen van de commissie zijn openbaar.
**2.** Indien een partij daarom verzoekt, vindt de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaats.
**3.** In het belang van de openbare orde of zedelijkheid of om gewichtige in het proces-verbaal van de zitting te vermelden redenen, kan de commissie bepalen, dat de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren zal plaatshebben.
**4.**
Tijdens de zitting wordt aan partijen de gelegenheid gegeven:
a. a.
haar belangen voor te dragen of te doen voordragen;
b. b.
getuigen en deskundigen te doen horen;
c. c.
kennis te nemen van alle op het geschil betrekking hebbende stukken, waarvan, voor zover mogelijk, ten minste 1 week voor de zitting aan partijen inzage wordt gegeven.
### Artikel 251
**1.** Binnen 2 weken na de laatste zitting waarop de zaak is behandeld, beslist de commissie op het beroepschrift.
**2.** Deze dag zal niet later mogen worden gesteld dan 16 weken na de indiening van het beroepschrift of het hersteld beroepschrift. Overschrijding van deze termijn is slechts in uitzonderlijke gevallen toegestaan en wordt in de beslissing gemotiveerd.
**3.** De beslissing, bedoeld in het eerste lid, wordt zoveel mogelijk genomen in een voltallige vergadering. Het is de leden van de commissie niet toegestaan de gevoelens die tijdens deze vergadering over het geschil zijn geuit, te openbaren.
**4.** Een beslissing is slechts van kracht, indien genomen door ten minste 3 leden die de zaak hebben behandeld, waaronder de voorzitter of plaatsvervangend voorzitter, met dien verstande dat van de leden of plaatsvervangende leden, gekozen door de besturen en door het personeel, een gelijk getal van beide zijden aan de beslissing zal deelnemen en dat bij ongelijk getal het jongste lid in leeftijd van de zijde die het sterkst is vertegenwoordigd, zich van de stemming zal onthouden. De overige leden onthouden zich niet van stemmen, noch stemmen zij blanco.
**5.** De beslissing wordt met redenen omkleed en door de voorzitter binnen 2 weken, nadat zij is genomen, bij aangetekend schrijven aan de partij toegezonden.
**6.** De voorzitter zendt een afschrift van de beslissing naar Onze Minister.
**7.** Het instellingsbestuur onderwerpt zich aan de uitspraak van de commissie.
### Artikel 252
De kosten van de commissie komen ten laste van de bij haar aangesloten instellingsbesturen.
### Artikel 252a
Dit hoofdstuk is van overeenkomstige toepassing op de commissies van beroep, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs.
## Hoofdstuk 4. Georganiseerd overleg bij instellingen
### Artikel 253
Vervallen
### Artikel 254
Vervallen
### Artikel 255
Vervallen
### Artikel 256
Vervallen
### Artikel 257
Vervallen
### Artikel 258
Vervallen
### Artikel 259
Vervallen
### Artikel 260
Vervallen
### Artikel 261
Vervallen
## Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen, wijziging van andere besluiten, slotbepalingen en citeertitel
### Titel 1. Algemeen overgangsrecht salarissen
### Artikel 262
Vervallen
### Artikel 262a
Vervallen
### Artikel 263
Vervallen
### Artikel 264
Vervallen
### Titel 2. Overgangsrecht directies
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen overgangsrecht directies
### Artikel 265
Vervallen
#### Paragraaf 2. Overgangsrecht directies basisonderwijs
### Artikel
Vervallen
### Artikel
Vervallen
#### Paragraaf 3. Overgangsrecht directies speciaal onderwijs
### Artikel
Vervallen
### Artikel
Vervallen
#### Paragraaf 4. Overgangsrecht directies speciale scholen voor basisonderwijs en afdelingen van speciale scholen voor basisonderwijs
### Artikel 270
Vervallen
### Artikel 271
Vervallen
### Titel 3. Overgangsrecht onderwijsgevend personeel
#### Paragraaf 1. Algemene bepalingen overgangsrecht
### Artikel 272
Vervallen
### Artikel 273
Vervallen
### Artikel 274
Vervallen
#### Paragraaf 2. Overgangsrecht leraren basisonderwijs
### Artikel 275
Vervallen
#### Paragraaf 3. Overgangsrecht leraren aan scholen als bedoeld in de
### Artikel 276
Vervallen
#### Paragraaf 4. Overgangsrecht leraren speciale scholen voor basisonderwijs
### Artikel 277
Vervallen
### Titel 4. Overgangsrecht formatie en salariëring onderwijsondersteunend en beheerspersoneel
#### Paragraaf 1. Algemeen
### Artikel 278
Vervallen
### Artikel 279
Vervallen
#### Paragraaf 2. Instellingen voor basisonderwijs
### Artikel 280
Vervallen
#### Paragraaf 3. Scholen als bedoeld in de
### Artikel 281
Vervallen
#### Paragraaf 4. Speciale scholen voor basisonderwijs
### Artikel 282
Vervallen
### Titel 5. Wijziging van andere besluiten
### Artikel 283
Vervallen
### Artikel 284
Vervallen
### Artikel 285
Vervallen
### Artikel 286
Vervallen
### Artikel 287
Vervallen
### Artikel 288
Vervallen
### Artikel 289
Vervallen
### Artikel 290
Vervallen
### Artikel 291
Vervallen
### Artikel 292
Vervallen
### Artikel 293
Vervallen
### Artikel 294
Vervallen
### Titel 6. Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel
### Artikel 295
Vervallen
### Artikel 295a
Vervallen
### Artikel 296
Vervallen
### Artikel 297
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit WPO/WEC.
## Bijlage 1A. Salarisschalen met salarisnummers en maandbedragen in euros bij een normbetrekking
Vervallen
## Bijlage 1B. Maximumsalarisbedragen als bedoeld in
Vervallen
## Bijlage 1C. Maandsalaris voor de salarisvaststelling van de functie leraar in opleiding (LIO) als bedoeld in
Vervallen
## Bijlage 1D. Herleidingtabellen bedoeld in
Vervallen
## Bijlage 1F. Bevattende aanlooptraject voor functies in het kader van de Regeling extra werkgelegenheid voor langdurig werklozen 1995, bedoeld in
Vervallen
## Bijlage 1G. Maandsalaris voor de salarisvaststelling van de functie leraar in opleiding (LIO)
Vervallen
## Bijlage 1H. Tabellen waarmee het laatstgenoten salaris wordt vastgesteld voor betrokkenen die voor 1-1-00 voor het laatst in het primair onderwijs werkzaam zijn geweest. Zie voor meer informatie publicatie PO/PJ-15 363 (Salarisvaststelling herintreders) van 29 mei 1998, gepubliceerd in Gele katern van Uitleg nr. 15
Vervallen
## Bijlage 2. Toelagen, kortingen
Vervallen
## Bijlage 3. Tegemoetkoming verhuiskosten en andere bedragen bedoeld in de
Vervallen
## Bijlage 4. Overzicht tegemoetkoming reiskosten per maand in euros, bedoeld in de
Vervallen
## Bijlage 5. Percentages wegens genot van verstrekkingen aangevuld met maximum inhoudingsbedragen, bedoeld in
Vervallen
## Bijlage 12-1. bij
Vervallen
## Bijlage 12-2. bij
Vervallen
## Bijlage 13-1. bij
Vervallen
## Bijlage 13-2. bij
Vervallen
## Bijlage 14-1. bij
Vervallen